BWBR0005997
Geldig vanaf 1993-06-01
Artikel 20a
Regeling invoer, uitvoer en verkeer van planten
1. De ontvanger kan een zending op elektronische wijze aanbieden aan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit voor het onderzoek, bedoeld in artikel 12, eerste lid.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een gemachtigde als bedoeld in artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Het aanbieden voor onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt via een daarvoor bestemd elektronisch systeem met behulp van een door de Minister beschikbaar gestelde toegang.
4. De Minister kan besluiten de verstrekte toegang te blokkeren, indien de indiener of een met hem geassocieerd bedrijf of organisatie in het verleden een elektronische aanbieding voor onderzoek heeft ingediend in strijd met deze regeling.
5. De Minister kan een elektronische aanbieding voor onderzoek weigeren, indien dit niet overeenkomstig deze regeling is ingediend.
6. De Minister kan elektronisch verschafte gegevens en bescheiden weigeren voor zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor de Minister zou leiden.
7. De Minister kan een elektronisch verzonden bericht weigeren voor zover de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dit bericht onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.
8. De Minister deelt een weigering op grond van dit artikel zo spoedig mogelijk aan de afzender mede.
9. Als tijdstip waarop een elektronisch bericht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt.
10. De Minister kan besluiten de elektronische aanbieding voor onderzoek niet te behandelen, indien het elektronisch bericht geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van het vijfde, zesde en zevende lid. Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtis van overeenkomstige toepassing.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een gemachtigde als bedoeld in artikel 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Het aanbieden voor onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt via een daarvoor bestemd elektronisch systeem met behulp van een door de Minister beschikbaar gestelde toegang.
4. De Minister kan besluiten de verstrekte toegang te blokkeren, indien de indiener of een met hem geassocieerd bedrijf of organisatie in het verleden een elektronische aanbieding voor onderzoek heeft ingediend in strijd met deze regeling.
5. De Minister kan een elektronische aanbieding voor onderzoek weigeren, indien dit niet overeenkomstig deze regeling is ingediend.
6. De Minister kan elektronisch verschafte gegevens en bescheiden weigeren voor zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor de Minister zou leiden.
7. De Minister kan een elektronisch verzonden bericht weigeren voor zover de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dit bericht onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.
8. De Minister deelt een weigering op grond van dit artikel zo spoedig mogelijk aan de afzender mede.
9. Als tijdstip waarop een elektronisch bericht door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit elektronisch is ontvangen, geldt het tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt.
10. De Minister kan besluiten de elektronische aanbieding voor onderzoek niet te behandelen, indien het elektronisch bericht geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van het vijfde, zesde en zevende lid. Artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtis van overeenkomstige toepassing.