BWBR0006040
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 134
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
1. De ambtenaar aan wie RVU-ontslag is verleend, heeft vanaf de datum van ontslag aanspraak op de RVU-uitkering.
2. De ambtenaar heeft recht op de RVU-uitkering ter hoogte van het bedrag per maand, bedoeld in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
3. Bij een deeltijdaanstelling wordt de RVU-uitkering vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige aanstelling.
4. De RVU-uitkering wordt gedurende de looptijd van de uitkering aangepast overeenkomstig wijzigingen van het in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964genoemde bedrag.
5. De RVU-uitkering eindigt met ingang van de dag:
a. waarop de ambtenaar weer in dienst treedt bij het ministerie van Defensie, of;
b. waarop de ambtenaar diens geldende pensioengerechtigde leeftijd bereikt, of;
c. volgende op de dag waarop de ambtenaar overlijdt.
2. De ambtenaar heeft recht op de RVU-uitkering ter hoogte van het bedrag per maand, bedoeld in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
3. Bij een deeltijdaanstelling wordt de RVU-uitkering vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige aanstelling.
4. De RVU-uitkering wordt gedurende de looptijd van de uitkering aangepast overeenkomstig wijzigingen van het in artikel 32ba, zevende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964genoemde bedrag.
5. De RVU-uitkering eindigt met ingang van de dag:
a. waarop de ambtenaar weer in dienst treedt bij het ministerie van Defensie, of;
b. waarop de ambtenaar diens geldende pensioengerechtigde leeftijd bereikt, of;
c. volgende op de dag waarop de ambtenaar overlijdt.