BWBR0006040
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 4
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:
a. echtgenote of echtgenoot: 1°. de geregistreerde partner;
2°. degene die door de ambtenaar als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de ambtenaar een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de minister;
1°. de geregistreerde partner;
2°. degene die door de ambtenaar als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de ambtenaar een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de minister;
b. weduwe of weduwnaar: de achtergebleven partner als bedoeld onder a;
c. gezinslid: de partner als bedoeld onder a;
d. huwelijk: 1°. het geregistreerd partnerschap;
2°. de samenleving met de partner die door de ambtenaar als zodanig is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt.
1°. het geregistreerd partnerschap;
2°. de samenleving met de partner die door de ambtenaar als zodanig is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt.
2. De gelijkstellingen, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, onder 2° en onderdeel d, onder 2°, eindigen op de dag waarop de aanmelding van het partnerpensioen door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt doorgehaald. De ambtenaar is verplicht die doorhaling aan Onze Minister te melden, waarbij hij een afschrift van de mededeling van die doorhaling verstrekt.
a. echtgenote of echtgenoot: 1°. de geregistreerde partner;
2°. degene die door de ambtenaar als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de ambtenaar een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de minister;
1°. de geregistreerde partner;
2°. degene die door de ambtenaar als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de ambtenaar een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de minister;
b. weduwe of weduwnaar: de achtergebleven partner als bedoeld onder a;
c. gezinslid: de partner als bedoeld onder a;
d. huwelijk: 1°. het geregistreerd partnerschap;
2°. de samenleving met de partner die door de ambtenaar als zodanig is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt.
1°. het geregistreerd partnerschap;
2°. de samenleving met de partner die door de ambtenaar als zodanig is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt.
2. De gelijkstellingen, bedoeld in het eerste lid onderdeel a, onder 2° en onderdeel d, onder 2°, eindigen op de dag waarop de aanmelding van het partnerpensioen door de Stichting Pensioenfonds ABP wordt doorgehaald. De ambtenaar is verplicht die doorhaling aan Onze Minister te melden, waarbij hij een afschrift van de mededeling van die doorhaling verstrekt.