BWBR0006040
Geldig vanaf 2019-09-30
Artikel 2
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
1. Dit besluit is niet van toepassing op Onze Minister.
2. De hoofdstukken 4en 5zijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstvak de nodige bepalingen vastgesteld.
3. Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van enkele diensten niet vallende binnen de taak van het betrokken dienstvak, waarbij per dienst een afzonderlijke beloning wordt vastgesteld, zijn niet van toepassing:
a. hoofdstuk 2, paragraaf 4;
b. de hoofdstukken 4 en 5;
c. hoofdstuk 6, paragrafen 2 en 3;
d. de artikelen 63, 66, 67 en 69.
4. De hoofdstukken 4, 5en 6, alsmede de artikelen 70b, 70d tot en met 70f, 76, 85, 87a, 88, 93, 100, eerste lid, onderdelen b tot en met d en f tot en met k, tweede lid109 tot en met 111, 114, 121, eerste lid, onderdelen f en h en derde lid, 127en 127a, zijn niet van toepassing op de ambtenaar die is aangesteld om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger werkzaam te zijn.
2. De hoofdstukken 4en 5zijn niet van toepassing op ambtenaren met gedeeltelijke dag-, week- of jaartaken, die niet regelmatig dienst doen. Ten aanzien van de in die hoofdstukken geregelde onderwerpen worden voor hen voor elk betrokken dienstvak de nodige bepalingen vastgesteld.
3. Op de ambtenaar die is aangesteld voor het verrichten van enkele diensten niet vallende binnen de taak van het betrokken dienstvak, waarbij per dienst een afzonderlijke beloning wordt vastgesteld, zijn niet van toepassing:
a. hoofdstuk 2, paragraaf 4;
b. de hoofdstukken 4 en 5;
c. hoofdstuk 6, paragrafen 2 en 3;
d. de artikelen 63, 66, 67 en 69.
4. De hoofdstukken 4, 5en 6, alsmede de artikelen 70b, 70d tot en met 70f, 76, 85, 87a, 88, 93, 100, eerste lid, onderdelen b tot en met d en f tot en met k, tweede lid109 tot en met 111, 114, 121, eerste lid, onderdelen f en h en derde lid, 127en 127a, zijn niet van toepassing op de ambtenaar die is aangesteld om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger werkzaam te zijn.