BWBR0006264
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 12
Besluit Infrastructuurfonds
1. Op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, beslist Onze Minister afwijzend indien:
a. naar zijn oordeel ernstige twijfel bestaat of de met het betrokken project beoogde doelstellingen worden bereikt;
b. het project naar zijn oordeel onvoldoende bijdraagt of in verhouding tot de kosten onvoldoende bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van het vigerende Structuurschema Verkeer en Vervoer, de vigerende Nota op de Ruimtelijke Ordening en het vigerende nationale milieubeleidsplan;
c. naar zijn oordeel het betrokken project niet past binnen het geldende meerjarenprogramma infrastructuur en transport;
d. de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
2. Tenzij Onze Minister in bijzondere gevallen anders beslist, wijst hij een aanvraag af, indien op het tijdstip, waarop de aanvraag wordt ingediend, reeds met de uitvoering van het project, waarop de aanvraag betrekking heeft, is begonnen.
a. naar zijn oordeel ernstige twijfel bestaat of de met het betrokken project beoogde doelstellingen worden bereikt;
b. het project naar zijn oordeel onvoldoende bijdraagt of in verhouding tot de kosten onvoldoende bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van het vigerende Structuurschema Verkeer en Vervoer, de vigerende Nota op de Ruimtelijke Ordening en het vigerende nationale milieubeleidsplan;
c. naar zijn oordeel het betrokken project niet past binnen het geldende meerjarenprogramma infrastructuur en transport;
d. de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;
2. Tenzij Onze Minister in bijzondere gevallen anders beslist, wijst hij een aanvraag af, indien op het tijdstip, waarop de aanvraag wordt ingediend, reeds met de uitvoering van het project, waarop de aanvraag betrekking heeft, is begonnen.