BWBR0006264
Geldig vanaf 1994-01-01
Artikel 7
Besluit Infrastructuurfonds
1. Onze Minister verleent de subsidie met inachtneming van eisen van soberheid en doelmatigheid. Hij kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag tussentijds danwel bij de vaststelling van de subsidie kan worden aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil.
2. De subsidie wordt verleend voor de werkelijk te maken kosten, tenzij de subsidie in de vorm van een vast subsidiebedrag wordt verleend.
3. Een subsidie voor een groot project met betrekking tot regionale of lokale infrastructuur wordt uitsluitend verleend voor in de beschikking omschreven functionele eisen in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat is gebaseerd op de kosten van de meest kosteneffectieve variant. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de variant die naar het oordeel van Onze Minister , op basis van de studies van de subsidieaanvrager ter voorbereiding van de aanvraag als het meest kosteneffectief kan worden aangemerkt.
4. Bij het verlenen van de subsidie worden de kosten, welke naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs ten laste van andere kostendragers kunnen worden gebracht, buiten beschouwing gelaten.
5. Niet voor een subsidie komen in aanmerking de kosten van wegverharding in geval van achterstallig onderhoud aan het gehele betrokken wegdek; in geval van achterstallig onderhoud aan een gedeelte van het betrokken wegdek wordt de subsidie naar evenredigheid met de mate van achterstallig onderhoud verminderd.
2. De subsidie wordt verleend voor de werkelijk te maken kosten, tenzij de subsidie in de vorm van een vast subsidiebedrag wordt verleend.
3. Een subsidie voor een groot project met betrekking tot regionale of lokale infrastructuur wordt uitsluitend verleend voor in de beschikking omschreven functionele eisen in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat is gebaseerd op de kosten van de meest kosteneffectieve variant. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de variant die naar het oordeel van Onze Minister , op basis van de studies van de subsidieaanvrager ter voorbereiding van de aanvraag als het meest kosteneffectief kan worden aangemerkt.
4. Bij het verlenen van de subsidie worden de kosten, welke naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs ten laste van andere kostendragers kunnen worden gebracht, buiten beschouwing gelaten.
5. Niet voor een subsidie komen in aanmerking de kosten van wegverharding in geval van achterstallig onderhoud aan het gehele betrokken wegdek; in geval van achterstallig onderhoud aan een gedeelte van het betrokken wegdek wordt de subsidie naar evenredigheid met de mate van achterstallig onderhoud verminderd.