1. Een inrichting waar visserijproducten gekoeld worden opgeslagen moet beschikken over een koelruimte.
2. De koelruimte moet voldoen aan de volgende eisen:
a. de vloer moet waterdicht, gemakkelijk te reinigen en te ontsmetten zijn en moet zo zijn aangelegd dat het water gemakkelijk kan wegvloeien naar van stankafsluiters voorziene putten, zonodig via goed te reinigen en te ontsmetten afvoergoten;
b. de wanden moeten duurzaam, waterdicht, glad en gemakkelijk te reinigen zijn;
c. het plafond moet gemakkelijk te reinigen zijn;
d. de deuren moeten zijn vervaardigd van onaantastbaar, gemakkelijk te reinigen materiaal;
e. de verlichting moet voldoende zijn.
3. De koelruimte moet eventueel voorzien zijn van een koelinstallatie die krachtig genoeg is om de visserijproducten te bewaren onder de in de
Warenwetregeling Visserijproducten voorgeschreven temperatuur.