BWBR0011130
Geldig vanaf 01-01-2000
Artikel 10
Verordening gezondheidsvoorschriften visverwerkende bedrijven 2000
1. Een inrichting moet beschikken over speciale waterdichte containers van corrosiebestendig materiaal voor het bewaren van afval.
2. Indien de containers, als bedoeld in het eerste lid, niet aan het eind van elke werkdag worden afgevoerd uit de inrichting en van het bedrijfsterrein, moet de inrichting beschikken over een speciale ruimte voor de opslag van de containers, die afgescheiden is van de werkplaats.
3. De containers, als bedoeld in het eerste lid, zijnde fust voor visafval, het gereedschap en de werktuigen die bestemd zijn voor de opslag, het vervoer of het hanteren van visafval, dienen te zijn voorzien van een duidelijke aanduiding waaruit blijkt dat zij bestemd zijn voor opslag respectievelijk het hanteren of het vervoer van visafval.
2. Indien de containers, als bedoeld in het eerste lid, niet aan het eind van elke werkdag worden afgevoerd uit de inrichting en van het bedrijfsterrein, moet de inrichting beschikken over een speciale ruimte voor de opslag van de containers, die afgescheiden is van de werkplaats.
3. De containers, als bedoeld in het eerste lid, zijnde fust voor visafval, het gereedschap en de werktuigen die bestemd zijn voor de opslag, het vervoer of het hanteren van visafval, dienen te zijn voorzien van een duidelijke aanduiding waaruit blijkt dat zij bestemd zijn voor opslag respectievelijk het hanteren of het vervoer van visafval.
- Citeren als
- Art. 10
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011130
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl