BWBR0011130
Geldig vanaf 01-01-2000
Artikel 11
Verordening gezondheidsvoorschriften visverwerkende bedrijven 2000
1. Een inrichting moet beschikken over een installatie die onder druk en in voldoende hoeveelheden drinkwater of eventueel schoon dan wel via een adequaat zuiveringssysteem schoongemaakt zeewater, levert.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het toegestaan dat uitsluitend voor het opwekken van stoom, voor de bestrijding van brand of voor het koelen van machines een installatie aanwezig is die niet-drinkbaar water levert, mits de daartoe aangebrachte leidingen het onmogelijk maken dit water voor andere doeleinden te gebruiken en geen gevaar opleveren voor de besmetting van de visserijproducten; de aftappunten en de leidingen voor niet-drinkbaar water moeten, voor zover deze zichtbaar zijn, duidelijk te onderscheiden zijn van die voor drinkwater of schoon zeewater,
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het toegestaan dat uitsluitend voor het opwekken van stoom, voor de bestrijding van brand of voor het koelen van machines een installatie aanwezig is die niet-drinkbaar water levert, mits de daartoe aangebrachte leidingen het onmogelijk maken dit water voor andere doeleinden te gebruiken en geen gevaar opleveren voor de besmetting van de visserijproducten; de aftappunten en de leidingen voor niet-drinkbaar water moeten, voor zover deze zichtbaar zijn, duidelijk te onderscheiden zijn van die voor drinkwater of schoon zeewater,
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0011130
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl