BWBR0012907
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 11
Procesregeling CBB
1. De oproeping om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord, wordt vier weken voordien aan de opgeroepen partij verzonden. Aan de andere partij(en) wordt terzelfder tijd een afschrift van deze oproeping gezonden met de mededeling dat het horen kan worden bijgewoond en een uiteenzetting over de zaak kan worden gegeven.
2. Indien het horen uitsluitend betrekking heeft op het niet tijdig inzenden van de op de zaak betrekking hebbende stukken wordt dat bij de oproeping vermeld en wordt de oproeping tenminste twee weken voordien aan verweerder verzonden. Andere onderwerpen komen bij het horen niet aan de orde. Aan de andere partij(en) wordt een afschrift van de oproeping gezonden.
2. Indien het horen uitsluitend betrekking heeft op het niet tijdig inzenden van de op de zaak betrekking hebbende stukken wordt dat bij de oproeping vermeld en wordt de oproeping tenminste twee weken voordien aan verweerder verzonden. Andere onderwerpen komen bij het horen niet aan de orde. Aan de andere partij(en) wordt een afschrift van de oproeping gezonden.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl