BWBR0012907
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 2
Procesregeling CBB
1. Indien de indiener van het beroepschrift een rekening-courantverhouding met de Gerechtelijke Diensten in het arrondissement 's-Gravenhage heeft, wordt het verschuldigde griffierecht langs deze weg verrekend.
2. Wanneer de indiener geen rekening-courantverhouding heeft, wordt hij binnen vier weken na de ontvangst van het beroepschrift door middel van toezending per gewone post van een acceptgirokaart uitgenodigd het verschuldigde griffierecht per omgaande te doen bijschrijven op de rekening van het College.
3. Indien het verschuldigde griffierecht niet binnen vier weken na de datum van verzending van de uitnodiging is bijgeschreven op de rekening van het College dan wel ter griffie is betaald, wordt de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief uitgenodigd het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na verzending te voldoen.
In die uitnodiging wordt vermeld dat het beroep in beginsel niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien het verschuldigde griffierecht niet binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van het College dan wel ter griffie is betaald.
4. In afwijking van het voorgaande geldt dat, indien het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort binnen twee weken na de datum van verzending van de uitspraak van het College wordt verzocht het verschuldigde griffierecht per omgaande te voldoen.
2. Wanneer de indiener geen rekening-courantverhouding heeft, wordt hij binnen vier weken na de ontvangst van het beroepschrift door middel van toezending per gewone post van een acceptgirokaart uitgenodigd het verschuldigde griffierecht per omgaande te doen bijschrijven op de rekening van het College.
3. Indien het verschuldigde griffierecht niet binnen vier weken na de datum van verzending van de uitnodiging is bijgeschreven op de rekening van het College dan wel ter griffie is betaald, wordt de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief uitgenodigd het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na verzending te voldoen.
In die uitnodiging wordt vermeld dat het beroep in beginsel niet-ontvankelijk wordt verklaard, indien het verschuldigde griffierecht niet binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van het College dan wel ter griffie is betaald.
4. In afwijking van het voorgaande geldt dat, indien het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort binnen twee weken na de datum van verzending van de uitspraak van het College wordt verzocht het verschuldigde griffierecht per omgaande te voldoen.
- Citeren als
- Art. 2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl