BWBR0012907
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 6
Procesregeling CBB
1. Op verzoeken om geheimhouding, als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb, wordt beslist door een daartoe door de president aan te wijzen enkelvoudige kamer. Indien de zaak naar het oordeel van de enkelvoudige kamer ongeschikt is voor behandeling door één rechter, verwijst zij deze naar een meervoudige kamer. Het lid of de leden van de kamer, die het verzoek behandelt, worden bij de behandeling van het geding in hoofdzaak verder niet betrokken.
2. De kamer kan een partij of partijen oproepen om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen. Zij kan een partij horen buiten aanwezigheid van de andere partij.
3. De kamer kan van een partij een nadere toelichting verlangen. Deze toelichting maakt geen deel uit van de stukken van het geding.
4. De kamer beslist binnen vier weken. Deze termijn kan ten hoogste tweemaal voor vier weken worden verlengd.
5. De beslissing van de kamer wordt, voorzover de aard van de besluitvorming dat toelaat, gemotiveerd. Van de beslissing en de motivering wordt binnen twee weken per brief mededeling gedaan aan partijen.
6. Indien het verzoek om geheimhouding wordt afgewezen worden de stukken waarop het verzoek betrekking heeft aan het bestuursorgaan ter beschikking gesteld. Indien het bestuursorgaan de stukken niet aan het procesdossier toevoegt, kan het College op grond van artikel 8:31 Awb, daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.
2. De kamer kan een partij of partijen oproepen om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen. Zij kan een partij horen buiten aanwezigheid van de andere partij.
3. De kamer kan van een partij een nadere toelichting verlangen. Deze toelichting maakt geen deel uit van de stukken van het geding.
4. De kamer beslist binnen vier weken. Deze termijn kan ten hoogste tweemaal voor vier weken worden verlengd.
5. De beslissing van de kamer wordt, voorzover de aard van de besluitvorming dat toelaat, gemotiveerd. Van de beslissing en de motivering wordt binnen twee weken per brief mededeling gedaan aan partijen.
6. Indien het verzoek om geheimhouding wordt afgewezen worden de stukken waarop het verzoek betrekking heeft aan het bestuursorgaan ter beschikking gesteld. Indien het bestuursorgaan de stukken niet aan het procesdossier toevoegt, kan het College op grond van artikel 8:31 Awb, daaruit de gevolgtrekkingen maken die hem geraden voorkomen.
- Citeren als
- Art. 6
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl