BWBR0012907
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 5
Procesregeling CBB
1. Binnen twee weken nadat voorlopig is geconstateerd dat het beroepschrift in eerste aanleg voldoet aan de in de wet gestelde vereisten, wordt een afschrift van het beroepschrift en eventueel de daarop volgende correspondentie aan het bestuursorgaan toegezonden met het verzoek binnen vier weken de op de zaak betrekking hebbende stukken in te zenden alsmede binnen diezelfde termijn een verweerschrift in te dienen.
2. Komt het bestuursorgaan deze verplichting niet na dan kan het College het bestuursorgaan oproepen om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord. Indien de oproeping van het bestuursorgaan niet leidt tot het indienen van de op de zaak betrekking hebbende stukken, kan het College toepassing geven aan artikel 8:31 van de Awb.
3. Binnen twee weken nadat voorlopig is geconstateerd dat een hoger beroepschrift voldoet aan de in de wet gestelde vereisten, wordt een afschrift van het beroepschrift en eventueel de daarop volgende correspondentie aan de gedaagde toegezonden met het verzoek binnen vier weken een verweerschrift in te dienen.
4. Aan een belanghebbende als bedoeld in artikel 8:26 van de Awb wordt binnen twee weken nadat is komen vast te staan dat hij als partij aan de procedure deelneemt een afschrift van de stukken van het geding gezonden. Hij wordt in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de uitnodiging daartoe een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven.
5. Van de op de zaak betrekking hebbende stukken en/of het verweerschrift wordt binnen twee weken na ontvangst daarvan een afschrift aan de andere partij(en) gezonden. Na ontvangst van de in artikel 1 lid 3 bedoelde stukken wordt binnen twee weken een afschrift van het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank gezonden aan partijen.
2. Komt het bestuursorgaan deze verplichting niet na dan kan het College het bestuursorgaan oproepen om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord. Indien de oproeping van het bestuursorgaan niet leidt tot het indienen van de op de zaak betrekking hebbende stukken, kan het College toepassing geven aan artikel 8:31 van de Awb.
3. Binnen twee weken nadat voorlopig is geconstateerd dat een hoger beroepschrift voldoet aan de in de wet gestelde vereisten, wordt een afschrift van het beroepschrift en eventueel de daarop volgende correspondentie aan de gedaagde toegezonden met het verzoek binnen vier weken een verweerschrift in te dienen.
4. Aan een belanghebbende als bedoeld in artikel 8:26 van de Awb wordt binnen twee weken nadat is komen vast te staan dat hij als partij aan de procedure deelneemt een afschrift van de stukken van het geding gezonden. Hij wordt in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de uitnodiging daartoe een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven.
5. Van de op de zaak betrekking hebbende stukken en/of het verweerschrift wordt binnen twee weken na ontvangst daarvan een afschrift aan de andere partij(en) gezonden. Na ontvangst van de in artikel 1 lid 3 bedoelde stukken wordt binnen twee weken een afschrift van het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank gezonden aan partijen.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012907
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl