BWBR0012909
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 16
Procesregeling Centrale Raad van Beroep
1. Indien de Raad het voornemen heeft gebruik te maken van de bevoegdheid ingevolge artikel 8:47 van de Awb om een deskundige te benoemen deelt hij dat aan partijen mee onder toezending van de vraagstelling. De Raad kan partijen voorafgaande aan de benoeming van een deskundige de mogelijkheid bieden binnen een termijn van twee weken te reageren op de vraagstelling.
2. Van de benoeming van een deskundige door de Raad krijgen partijen binnen twee weken bericht.
3. De Raad stelt de deskundige een termijn van maximaal drie maanden binnen welke deze een verslag van het onderzoek dient uit te brengen. Indien de deskundige niet binnen deze termijn een verslag van het onderzoek uitbrengt, zal de Raad al dan niet op verzoek een nadere termijn stellen van vier weken.
In zeer uitzonderlijke omstandigheden kan nog een nadere termijn van vier weken worden gegeven.
4. De Raad verzendt binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de deskundige een afschrift daarvan aan partijen, behoudens toepassing van de bepalingen inzake geheimhouding en beperkte kennisneming.
5. Partijen kunnen hun zienswijze met betrekking tot dit verslag binnen vier weken aan de Raad kenbaar maken. De Raad kan deze termijn naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek van een der partijen eenmaal met twee weken verlengen. De Raad kan de ingekomen reacties binnen twee weken na ontvangst van die reacties voor commentaar voorleggen aan de deskundige. De deskundige wordt daarbij een termijn van vier weken gegeven om zijn commentaar in te dienen.
6. Partijen ontvangen binnen vier weken nadat het onderzoek in overeenstemming met de leden 1 tot en met 4 van dit artikel is afgerond, nader bericht over de verdere behandeling van het (hoger) beroep.
2. Van de benoeming van een deskundige door de Raad krijgen partijen binnen twee weken bericht.
3. De Raad stelt de deskundige een termijn van maximaal drie maanden binnen welke deze een verslag van het onderzoek dient uit te brengen. Indien de deskundige niet binnen deze termijn een verslag van het onderzoek uitbrengt, zal de Raad al dan niet op verzoek een nadere termijn stellen van vier weken.
In zeer uitzonderlijke omstandigheden kan nog een nadere termijn van vier weken worden gegeven.
4. De Raad verzendt binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de deskundige een afschrift daarvan aan partijen, behoudens toepassing van de bepalingen inzake geheimhouding en beperkte kennisneming.
5. Partijen kunnen hun zienswijze met betrekking tot dit verslag binnen vier weken aan de Raad kenbaar maken. De Raad kan deze termijn naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek van een der partijen eenmaal met twee weken verlengen. De Raad kan de ingekomen reacties binnen twee weken na ontvangst van die reacties voor commentaar voorleggen aan de deskundige. De deskundige wordt daarbij een termijn van vier weken gegeven om zijn commentaar in te dienen.
6. Partijen ontvangen binnen vier weken nadat het onderzoek in overeenstemming met de leden 1 tot en met 4 van dit artikel is afgerond, nader bericht over de verdere behandeling van het (hoger) beroep.
- Citeren als
- Art. 16
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012909
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl