BWBR0012909
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 20
Procesregeling Centrale Raad van Beroep
1. In beginsel zes weken voor de datum van de zitting wordt de uitnodiging als bedoeld in artikel 8:56 van de Awb of de oproeping als bedoeld in artikel 8:59 van de Awb per aangetekende brief verzonden. In de uitnodiging is de naam respectievelijk zijn de namen van de (behandelend) rechter(s) vermeld.
2. Een verzoek om uitstel van de behandeling ter zitting dient zo spoedig mogelijk na ontvangst van de uitnodiging te worden ingediend. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en voorzien zijn van een motivering. Een verzoek om uitstel dat binnen een termijn van drie weken voor de zitting is ontvangen wordt afgewezen, tenzij sprake is van een overmachtsituatie.
3. De Raad deelt zijn beslissing op het verzoek om uitstel aan partijen mee binnen één week na ontvangst van dit verzoek.
4. Indien de Raad getuigen oproept deelt hij de namen en woonplaatsen van deze getuigen, de plaats, de dag en het tijdstip waarop zij worden gehoord en de feiten waarop het horen betrekking heeft, zoveel mogelijk bij de uitnodiging of oproeping van partijen mee.
2. Een verzoek om uitstel van de behandeling ter zitting dient zo spoedig mogelijk na ontvangst van de uitnodiging te worden ingediend. Dit verzoek moet schriftelijk worden ingediend en voorzien zijn van een motivering. Een verzoek om uitstel dat binnen een termijn van drie weken voor de zitting is ontvangen wordt afgewezen, tenzij sprake is van een overmachtsituatie.
3. De Raad deelt zijn beslissing op het verzoek om uitstel aan partijen mee binnen één week na ontvangst van dit verzoek.
4. Indien de Raad getuigen oproept deelt hij de namen en woonplaatsen van deze getuigen, de plaats, de dag en het tijdstip waarop zij worden gehoord en de feiten waarop het horen betrekking heeft, zoveel mogelijk bij de uitnodiging of oproeping van partijen mee.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012909
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl