BWBR0012909
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 8
Procesregeling Centrale Raad van Beroep
1. Binnen twee weken nadat voorlopig is geconstateerd dat het beroepschrift voldoet aan de in de wet gestelde vereisten, wordt een afschrift van het beroepschrift aan gedaagde toegezonden met het verzoek binnen vier weken een verweerschrift in te dienen.
2. Indien het bestuursorgaan niet de verplichting nakomt om een verweerschrift in te dienen, wordt aan het bestuursorgaan een laatste termijn van twee weken gegeven om alsnog zijn verplichting na te komen.
3. Een belanghebbende als bedoeld in artikel 8:26 van de Awb die als partij deelneemt aan de procedure, wordt op grond van artikel 8:43, tweede lid, van de Awb in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de uitnodiging daartoe een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven.
4. Binnen twee weken nadat voorlopig is geconstateerd dat het beroepschrift voldoet aan de in de wet gestelde vereisten, wordt de griffier van de rechtbank verzocht de op de zaak betrekking hebbende stukken binnen één week na ontvangst van de mededeling aan de Raad te zenden.
5. Van het verweerschrift (en eventueel van de schriftelijke uiteenzetting) wordt binnen twee weken na ontvangst een afschrift daarvan aan de andere partij(en) gezonden. Na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde stukken wordt binnen twee weken een afschrift van het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank gezonden aan partijen.
2. Indien het bestuursorgaan niet de verplichting nakomt om een verweerschrift in te dienen, wordt aan het bestuursorgaan een laatste termijn van twee weken gegeven om alsnog zijn verplichting na te komen.
3. Een belanghebbende als bedoeld in artikel 8:26 van de Awb die als partij deelneemt aan de procedure, wordt op grond van artikel 8:43, tweede lid, van de Awb in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de uitnodiging daartoe een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven.
4. Binnen twee weken nadat voorlopig is geconstateerd dat het beroepschrift voldoet aan de in de wet gestelde vereisten, wordt de griffier van de rechtbank verzocht de op de zaak betrekking hebbende stukken binnen één week na ontvangst van de mededeling aan de Raad te zenden.
5. Van het verweerschrift (en eventueel van de schriftelijke uiteenzetting) wordt binnen twee weken na ontvangst een afschrift daarvan aan de andere partij(en) gezonden. Na ontvangst van de in het vierde lid bedoelde stukken wordt binnen twee weken een afschrift van het proces-verbaal van de zitting bij de rechtbank gezonden aan partijen.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012909
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl