BWBR0012909
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 7
Procesregeling Centrale Raad van Beroep
1. Binnen twee weken nadat voorlopig is geconstateerd dat het beroepschrift voldoet aan de in de wet gestelde vereisten, wordt een afschrift van het beroepschrift aan het bestuursorgaan toegezonden met het verzoek binnen vier weken de op de zaak betrekking hebbende stukken in te zenden alsmede binnen diezelfde termijn een verweerschrift in te dienen.
2. Indien het bestuursorgaan de in het eerste lid neergelegde verplichtingen niet nakomt, wordt aan het bestuursorgaan een laatste termijn van twee weken gegeven om alsnog zijn verplichtingen na te komen.
3. Komt het bestuursorgaan de verplichting om de op de zaak betrekking hebbende stukken in te zenden niet na dan kan de Raad het bestuursorgaan oproepen om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord. Indien de oproeping van het bestuursorgaan niet leidt tot het indienen van de op de zaak betrekking hebbende stukken, kan de Raad toepassing geven aan artikel 8:31 van de Awb.
4. Een belanghebbende als bedoeld in artikel 8:26 van de Awb die als partij deelneemt aan de procedure, wordt op grond van artikel 8:43, tweede lid, van de Awb in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de uitnodiging daartoe een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven.
5. Van de op de zaak betrekking hebbende stukken en/of het verweerschrift wordt binnen twee weken na ontvangst daarvan een afschrift aan de andere partij(en) gezonden.
2. Indien het bestuursorgaan de in het eerste lid neergelegde verplichtingen niet nakomt, wordt aan het bestuursorgaan een laatste termijn van twee weken gegeven om alsnog zijn verplichtingen na te komen.
3. Komt het bestuursorgaan de verplichting om de op de zaak betrekking hebbende stukken in te zenden niet na dan kan de Raad het bestuursorgaan oproepen om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord. Indien de oproeping van het bestuursorgaan niet leidt tot het indienen van de op de zaak betrekking hebbende stukken, kan de Raad toepassing geven aan artikel 8:31 van de Awb.
4. Een belanghebbende als bedoeld in artikel 8:26 van de Awb die als partij deelneemt aan de procedure, wordt op grond van artikel 8:43, tweede lid, van de Awb in de gelegenheid gesteld binnen vier weken na de uitnodiging daartoe een schriftelijke uiteenzetting over de zaak te geven.
5. Van de op de zaak betrekking hebbende stukken en/of het verweerschrift wordt binnen twee weken na ontvangst daarvan een afschrift aan de andere partij(en) gezonden.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012909
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl