BWBR0012909
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 4
Procesregeling Centrale Raad van Beroep
1. Binnen twee weken na de ontvangst van het beroepschrift wordt de indiener, niet zijnde een bestuursorgaan, door middel van toezending per gewone post van een acceptgirokaart uitgenodigd het verschuldigde griffierecht per omgaande te doen bijschrijven op de rekening van de Raad.
2. Indien het verschuldigde griffierecht niet binnen twee weken na de datum van verzending van de uitnodiging is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald, wordt de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief uitgenodigd het verschuldigde griffierecht alsnog binnen een termijn van vier weken na verzending te voldoen. In die uitnodiging wordt vermeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien het verschuldigde griffierecht niet binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald.
3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een beroepschrift dat is ingediend door een gemachtigde die bij de Centrale Raad van Beroep een rekening-courant aanhoudt ten laste waarvan het verschuldigde griffierecht kan worden gebracht.
4. In afwijking van het tweede lid wordt de in het buitenland woonachtige belanghebbende, van wie het verschuldigde griffierecht niet binnen een termijn van vier weken na de datum van verzending van de uitnodiging is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald, uitgenodigd het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na verzending te voldoen. In die uitnodiging wordt vermeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien het griffierecht niet binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald.
5. Indien het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, wordt de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort binnen twee weken na de datum van verzending van de uitspraak van de Raad uitgenodigd het verschuldigde griffierecht binnen een termijn van vier weken na de datum van verzending van de uitnodiging te voldoen.
2. Indien het verschuldigde griffierecht niet binnen twee weken na de datum van verzending van de uitnodiging is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald, wordt de indiener van het beroepschrift bij aangetekende brief uitgenodigd het verschuldigde griffierecht alsnog binnen een termijn van vier weken na verzending te voldoen. In die uitnodiging wordt vermeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien het verschuldigde griffierecht niet binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald.
3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een beroepschrift dat is ingediend door een gemachtigde die bij de Centrale Raad van Beroep een rekening-courant aanhoudt ten laste waarvan het verschuldigde griffierecht kan worden gebracht.
4. In afwijking van het tweede lid wordt de in het buitenland woonachtige belanghebbende, van wie het verschuldigde griffierecht niet binnen een termijn van vier weken na de datum van verzending van de uitnodiging is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald, uitgenodigd het verschuldigde griffierecht binnen vier weken na verzending te voldoen. In die uitnodiging wordt vermeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard, indien het griffierecht niet binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is betaald.
5. Indien het bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen, hoger beroep heeft ingesteld en de uitspraak van de rechtbank in stand blijft, wordt de rechtspersoon waartoe het bestuursorgaan behoort binnen twee weken na de datum van verzending van de uitspraak van de Raad uitgenodigd het verschuldigde griffierecht binnen een termijn van vier weken na de datum van verzending van de uitnodiging te voldoen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0012909
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl