BWBR0014563
Geldig vanaf 23-08-2003
Artikel 8
Zuivelverordening 2003, Inrichtingseisen zuivelbereiding
1. Aan de exploitant of beheerder van een inrichtingwaar in het voorafgaande kalenderjaar ten hoogste 500.000 kg melk is verwerkt tot producten op basis van melk kan door de voorzitter, gehoord de bevoegde autoriteit, ontheffing worden verleend van het gestelde in artikel 3, lid 1, laatste streepje, en de artikelen 4 en 7, voor zover deze uitgaan boven of afwijken van bestaande nationale voorschriften. Een ontheffing als hiervoor bedoeld kan eveneens worden verleend indien de exploitant of beheerder van de inrichting zich schriftelijk verbindt jaarlijks niet meer dan 500.000 kg melk te verwerken.
2. Een ontheffing als bedoeld in lid 1 wordt slechts verleend indien naar het oordeel van de voorzitter:
de productie niet uit hygiëne,- of gezondheidsoogpunt wordt geschaad;
de inrichting beschikt over de nodige documenten om te berekenen hoeveel melk in het voorafgaande jaar is verwerkt.
De hiervoor bedoelde documenten worden door de exploitant of beheerder van de inrichting desgevraagd aan het productschap en/of de bevoegde autoriteit overgelegd.
3. De aanvraag voor een en ontheffing als bedoeld in lid 1 dient schriftelijk bij het productschap te worden ingediend en dient ten minste de navolgende gegevens te bevatten:
a. de identiteit van de inrichting;
b. de hoeveelheid melk die door de inrichting is verwerkt in het jaar voorafgaande aan dat waarin de aanvraag wordt ingediend, dan wel de verbintenis om jaarlijks niet meer dan 500.000 kg melk te verwerken;
c. de aard van de documenten aan de hand waarvan kan worden bepaald welke hoeveelheid melk in de inrichting wordt verwerkt;
d. de aard en de hoeveelheid producten op basis melk die in de inrichting zijn in het jaar voorafgaande aan dat waarin de aanvraag wordt ingediend;
e. de aard van de gewenste afwijkingen;
f. de verbintenis om, wanneer de inrichting in enig jaar meer dan 500.000 kg melk verwerkt, het productschap en de bevoegde autoriteit daarvan onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen.
2. Een ontheffing als bedoeld in lid 1 wordt slechts verleend indien naar het oordeel van de voorzitter:
de productie niet uit hygiëne,- of gezondheidsoogpunt wordt geschaad;
de inrichting beschikt over de nodige documenten om te berekenen hoeveel melk in het voorafgaande jaar is verwerkt.
De hiervoor bedoelde documenten worden door de exploitant of beheerder van de inrichting desgevraagd aan het productschap en/of de bevoegde autoriteit overgelegd.
3. De aanvraag voor een en ontheffing als bedoeld in lid 1 dient schriftelijk bij het productschap te worden ingediend en dient ten minste de navolgende gegevens te bevatten:
a. de identiteit van de inrichting;
b. de hoeveelheid melk die door de inrichting is verwerkt in het jaar voorafgaande aan dat waarin de aanvraag wordt ingediend, dan wel de verbintenis om jaarlijks niet meer dan 500.000 kg melk te verwerken;
c. de aard van de documenten aan de hand waarvan kan worden bepaald welke hoeveelheid melk in de inrichting wordt verwerkt;
d. de aard en de hoeveelheid producten op basis melk die in de inrichting zijn in het jaar voorafgaande aan dat waarin de aanvraag wordt ingediend;
e. de aard van de gewenste afwijkingen;
f. de verbintenis om, wanneer de inrichting in enig jaar meer dan 500.000 kg melk verwerkt, het productschap en de bevoegde autoriteit daarvan onmiddellijk schriftelijk in kennis te stellen.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0014563
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl