BWBR0015121
Geldig vanaf 31-05-2003
Artikel 4
Verordening welzijnsnormen vleeskalkoenen 2003
1. De maximale bezettingsgraad bedraagt, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden en het bepaalde in artikel 6:
a. voor mannelijke vleeskalkoenen 58 kg/m2 beschikbare staloppervlakte;
b. voor vrouwelijke vleeskalkoenen 48 kg/m2 beschikbare staloppervlakte;
c. voor mannelijke ouderdieren in een opfokstal 56 kg/m2 en in een vermeerderingsstal 46 kg/m2 ;
d. voor vrouwelijke ouderdieren in een opfokstal 49 kg/m2 en in een vermeerderingsstal 29 kg/m2.
2. In geval van een calamiteit of een overmachtssituatie is het toegestaan dat de maximale bezettingsgraad wordt overschreden. De pluimveehouder dient in voorkomend geval:
a. alle maatregelen te treffen die nodig zijn om overschrijding zo kort mogelijk te laten voortduren;
b. tijdstip en aard van de calamiteit of overmachtssituatie schriftelijk in zijn administratie vast te leggen.
a. voor mannelijke vleeskalkoenen 58 kg/m2 beschikbare staloppervlakte;
b. voor vrouwelijke vleeskalkoenen 48 kg/m2 beschikbare staloppervlakte;
c. voor mannelijke ouderdieren in een opfokstal 56 kg/m2 en in een vermeerderingsstal 46 kg/m2 ;
d. voor vrouwelijke ouderdieren in een opfokstal 49 kg/m2 en in een vermeerderingsstal 29 kg/m2.
2. In geval van een calamiteit of een overmachtssituatie is het toegestaan dat de maximale bezettingsgraad wordt overschreden. De pluimveehouder dient in voorkomend geval:
a. alle maatregelen te treffen die nodig zijn om overschrijding zo kort mogelijk te laten voortduren;
b. tijdstip en aard van de calamiteit of overmachtssituatie schriftelijk in zijn administratie vast te leggen.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015121
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl