BWBR0015121
Geldig vanaf 31-05-2003
Artikel 9
Verordening welzijnsnormen vleeskalkoenen 2003
1. De pluimveehouder streeft naar een verlichtingssterkte op dierniveau van tenminste 20 lux. Ter bestrijding van verenpikken en kannibalisme is het toegestaan gedurende korte tijd een lagere verlichtingssterkte hanteren.
2. Om te bevorderen dat opgezette kuikens de drink- en voervoorzieningen in een stal kunnen vinden, bedraagt de verlichtingssterkte de eerste 5 dagen na de opzet aanzienlijk hoger dan 20 lux.
3. 's Avonds en 's nachts hebben de dieren een aaneengesloten rustperiode van tenminste acht uren per etmaal, waarbij de stal niet of nauwelijks kunstmatig wordt verlicht. De verlichtingssterkte dient regelbaar te zijn.
2. Om te bevorderen dat opgezette kuikens de drink- en voervoorzieningen in een stal kunnen vinden, bedraagt de verlichtingssterkte de eerste 5 dagen na de opzet aanzienlijk hoger dan 20 lux.
3. 's Avonds en 's nachts hebben de dieren een aaneengesloten rustperiode van tenminste acht uren per etmaal, waarbij de stal niet of nauwelijks kunstmatig wordt verlicht. De verlichtingssterkte dient regelbaar te zijn.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015121
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl