BWBR0015121
Geldig vanaf 31-05-2003
Artikel 8
Verordening welzijnsnormen vleeskalkoenen 2003
1. Het stalklimaat dient te zijn afgestemd op de leeftijd en de gezondheid van de dieren.
2. In stallen met mechanische ventilatie dient de luchtverversingscapaciteit tenminste 3 m3 /kg levend gewicht/uur te bedragen. In mechanisch geventileerde stallen die na 1 juni 2003 worden gerenoveerd of in gebruik worden genomen, dient de luchtverversingscapaciteit tenminste 4 m3 /kg levend gewicht/uur te bedragen.
3. Bij de opzet van kuikens streeft de pluimveehouder ernaar in het lokaal en onder een verwarmingselement een temperatuur van ongeveer 38° Celsius te bereiken. Mede afhankelijk van de buitentemperatuur dient de staltemperatuur, naarmate de leeftijd van de dieren toeneemt, worden afgebouwd
4. De pluimveehouder streeft naar een relatieve luchtvochtigheid in de stal van 60 - 80 %, een ammoniakconcentratie van maximaal 30 ppm en een kooldioxydeconcentratie van maximaal 3.000 ppm.
2. In stallen met mechanische ventilatie dient de luchtverversingscapaciteit tenminste 3 m3 /kg levend gewicht/uur te bedragen. In mechanisch geventileerde stallen die na 1 juni 2003 worden gerenoveerd of in gebruik worden genomen, dient de luchtverversingscapaciteit tenminste 4 m3 /kg levend gewicht/uur te bedragen.
3. Bij de opzet van kuikens streeft de pluimveehouder ernaar in het lokaal en onder een verwarmingselement een temperatuur van ongeveer 38° Celsius te bereiken. Mede afhankelijk van de buitentemperatuur dient de staltemperatuur, naarmate de leeftijd van de dieren toeneemt, worden afgebouwd
4. De pluimveehouder streeft naar een relatieve luchtvochtigheid in de stal van 60 - 80 %, een ammoniakconcentratie van maximaal 30 ppm en een kooldioxydeconcentratie van maximaal 3.000 ppm.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0015121
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl