BWBR0020674
Geldig vanaf 2017-06-26
Artikel 7.9
Besluit inburgering
1. Onze Minister kan de vastgestelde rijksbijdrage binnen een periode van vijf jaar na de bekendmaking ervan intrekken of ten nadele van de gemeente wijzigen:
a. indien er sprake is van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de rijksbijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de rijksbijdrage lager zou zijn vastgesteld;
b. indien de vaststelling van de rijksbijdrage onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten;
c. indien de gemeente na de vaststelling van de rijksbijdrage niet heeft voldaan aan de regels en voorschriften, vastgesteld bij en krachtens dit hoofdstuk.
2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de rijksbijdrage is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.
a. indien er sprake is van feiten of omstandigheden waarvan Onze Minister bij de vaststelling van de rijksbijdrage redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de rijksbijdrage lager zou zijn vastgesteld;
b. indien de vaststelling van de rijksbijdrage onjuist was en de gemeente dit wist of behoorde te weten;
c. indien de gemeente na de vaststelling van de rijksbijdrage niet heeft voldaan aan de regels en voorschriften, vastgesteld bij en krachtens dit hoofdstuk.
2. De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de rijksbijdrage is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.