BWBR0028616
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 20
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. Benoembaar tot lid is iedere Nederlander, die woonplaats heeft in het Caribische deel van het Koninkrijk.
2. Niet benoembaar zijn echter:
a. de rechter en de rechter-plaatsvervanger in ambtenarenzaken;
b. de actief dienende of op nonactiviteit gestelde ambtenaren, alsmede hun echtgenoten, met uitzondering evenwel van de voor het leven benoemde ambtenaren;
c. zij, die deel uitmaken van het bestuur of in dienst zijn van een vereniging van ambtenaren. Onder vereniging van ambtenaren is voor de toepassing van deze bepaling een verband van verenigingen en een onderdeel van een vereniging begrepen.
3. Indien ten aanzien van een lid of plaatsvervangend lid zich na zijn benoeming een van de gevallen genoemd in lid 2 van dit artikel voordoet, houdt hij op lid of plaatsvervangend lid te zijn.
2. Niet benoembaar zijn echter:
a. de rechter en de rechter-plaatsvervanger in ambtenarenzaken;
b. de actief dienende of op nonactiviteit gestelde ambtenaren, alsmede hun echtgenoten, met uitzondering evenwel van de voor het leven benoemde ambtenaren;
c. zij, die deel uitmaken van het bestuur of in dienst zijn van een vereniging van ambtenaren. Onder vereniging van ambtenaren is voor de toepassing van deze bepaling een verband van verenigingen en een onderdeel van een vereniging begrepen.
3. Indien ten aanzien van een lid of plaatsvervangend lid zich na zijn benoeming een van de gevallen genoemd in lid 2 van dit artikel voordoet, houdt hij op lid of plaatsvervangend lid te zijn.
- Citeren als
- Art. 20
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028616
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl