BWBR0028616
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 28
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. De raad houdt zitting, beraadslaagt en beslist steeds met drie leden.
2. In het zelfde geding blijft bij de behandeling en beslissing zoveel mogelijk de samenstelling van de raad onveranderd.
3. Indien om enige reden wijziging van de samenstelling wenselijk of noodzakelijk is, wordt de zaak opnieuw ter zitting behandeld.
4. De voorzitter van de raad is bevoegd om, indien hij het voor de behandeling ener zaak nodig acht, een of meer leden boven het bepaalde getal als bijzittende leden aan te wijzen.
5. Deze bijzittende leden zij bij de behandeling der zaak tegenwoordig, doch werken niet mede tot het nemen van de beslissing dan ter vervanging van de leden, het gewone aantal uitmakende, die verhinderd worden daaraan deel te nemen.
6. Van dit alles wordt in het proces-verbaal der zitting melding gemaakt.
2. In het zelfde geding blijft bij de behandeling en beslissing zoveel mogelijk de samenstelling van de raad onveranderd.
3. Indien om enige reden wijziging van de samenstelling wenselijk of noodzakelijk is, wordt de zaak opnieuw ter zitting behandeld.
4. De voorzitter van de raad is bevoegd om, indien hij het voor de behandeling ener zaak nodig acht, een of meer leden boven het bepaalde getal als bijzittende leden aan te wijzen.
5. Deze bijzittende leden zij bij de behandeling der zaak tegenwoordig, doch werken niet mede tot het nemen van de beslissing dan ter vervanging van de leden, het gewone aantal uitmakende, die verhinderd worden daaraan deel te nemen.
6. Van dit alles wordt in het proces-verbaal der zitting melding gemaakt.
- Citeren als
- Art. 28
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028616
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl