BWBR0028616
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 23
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. De benoemde leden van de raad kunnen door het hof van justitie bij met redenen omklede beschikking, worden ontslagen:
a. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld;
b. wegens wangedrag of onzedelijkheid of bij herhaaldelijk gebleken achteloosheid in de uitoefening hunner functie;
c. wegens het plegen van in artikel 29 verboden handelingen.
2. Zij worden door het hof van justitie bij met redenen omklede beschikken ontslagen:
a. bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, door aanhoudende lichaamsziekte of tengevolge van zielsziekte, of bij het verlies van de hoedanigheid van Nederlands onderdaan;
b. indien zij hun woonplaats overbrengen buiten het rechtsgebied van de raad;
c. indien zij een functie aanvaarden als bedoeld in het tweede lid van artikel 20.
a. wanneer zij bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf tot gevangenisstraf of hechtenis zijn veroordeeld;
b. wegens wangedrag of onzedelijkheid of bij herhaaldelijk gebleken achteloosheid in de uitoefening hunner functie;
c. wegens het plegen van in artikel 29 verboden handelingen.
2. Zij worden door het hof van justitie bij met redenen omklede beschikken ontslagen:
a. bij gebleken ongeschiktheid door ouderdom, door aanhoudende lichaamsziekte of tengevolge van zielsziekte, of bij het verlies van de hoedanigheid van Nederlands onderdaan;
b. indien zij hun woonplaats overbrengen buiten het rechtsgebied van de raad;
c. indien zij een functie aanvaarden als bedoeld in het tweede lid van artikel 20.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028616
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl