BWBR0028616
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 22
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. Een algemene maatregel van bestuur, stelt voor de raad voorschriften vast omtrent:
a. de wijze van beëdiging van de benoemde leden;
b. de verboden bloed- en aanverwantschap tussen hen die voor de behandeling van een geding zitting nemen onderling en tussen deze en de dienstdoende griffier;
c. het geven van waarschuwingen aan de leden wegens handelingen strijdig met de eer of de waardigheid van hun ambt;
d. het dienen van bericht en advies.
2. Wanneer de zaak, waaromtrent bericht en advies zijn gevraagd, aan de beslissing van de raad is onderworpen, of het te voorzien is, dat zulks zal geschieden, is het geven van eenvoudig bericht voldoende.
a. de wijze van beëdiging van de benoemde leden;
b. de verboden bloed- en aanverwantschap tussen hen die voor de behandeling van een geding zitting nemen onderling en tussen deze en de dienstdoende griffier;
c. het geven van waarschuwingen aan de leden wegens handelingen strijdig met de eer of de waardigheid van hun ambt;
d. het dienen van bericht en advies.
2. Wanneer de zaak, waaromtrent bericht en advies zijn gevraagd, aan de beslissing van de raad is onderworpen, of het te voorzien is, dat zulks zal geschieden, is het geven van eenvoudig bericht voldoende.
- Citeren als
- Art. 22
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028616
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl