BWBR0028616
Geldig vanaf 10-10-2010
Artikel 38
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. Natuurlijke personen, onbekwaam om in rechte te staan, worden vertegenwoordigd door hun vertegenwoordigers naar burgerlijk recht.
2. Voor partijen, die niet zelf in rechte kunnen staan en zonder wettelijke vertegenwoordiger zijn, kan ambtshalve of op haar verzoek door de rechter in ambtenarenzaken een voorlopige vertegenwoordiger worden benoemd, die voor haar in rechte zal optreden totdat de wettelijke vertegenwoordiger opkomt. Hetzelfde kan geschieden, indien de verblijfplaats van de wettelijke vertegenwoordiger onbekend of van de zetel van het gerecht verwijderd is.
2. Voor partijen, die niet zelf in rechte kunnen staan en zonder wettelijke vertegenwoordiger zijn, kan ambtshalve of op haar verzoek door de rechter in ambtenarenzaken een voorlopige vertegenwoordiger worden benoemd, die voor haar in rechte zal optreden totdat de wettelijke vertegenwoordiger opkomt. Hetzelfde kan geschieden, indien de verblijfplaats van de wettelijke vertegenwoordiger onbekend of van de zetel van het gerecht verwijderd is.
- Citeren als
- Art. 38
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0028616
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl