BWBR0030385
Geldig vanaf 18-07-2007
Artikel 30
Nadere Voorschriften op de praktijkstage
1. In de Afstudeerscriptie toont de Trainee aan de verworven theoretische kennis op eindniveau in de praktijk toe te kunnen passen en op basis van zijn kennis en ervaring naar eigen inzicht tot aanvaardbare oplossingen te kunnen komen op het niveau van een beginnend beroepsbeoefenaar. Hierbij getuigt de Trainee van een voldoende mate van zelfstandigheid en een kritische beroepshouding.
2. De Afstudeerscriptie is gericht op een specifieke, tamelijk complexe accountantssituatie uit de eigen praktijk, waarin de Trainee zelf een (belangrijke) rol heeft gespeeld.
3. Het gezamenlijk schrijven van de Afstudeerscriptie is niet toegestaan.
4. Elke Afstudeerscriptie bevat een Verklaring van Authenticiteit.
5. De omvang van de Afstudeerscriptie, van inleiding tot en met conclusie, is ongeveer 9000 woorden.
2. De Afstudeerscriptie is gericht op een specifieke, tamelijk complexe accountantssituatie uit de eigen praktijk, waarin de Trainee zelf een (belangrijke) rol heeft gespeeld.
3. Het gezamenlijk schrijven van de Afstudeerscriptie is niet toegestaan.
4. Elke Afstudeerscriptie bevat een Verklaring van Authenticiteit.
5. De omvang van de Afstudeerscriptie, van inleiding tot en met conclusie, is ongeveer 9000 woorden.
- Citeren als
- Art. 30
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030385
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl