BWBR0030385
Geldig vanaf 18-07-2007
Artikel 22
Nadere Voorschriften op de praktijkstage
1. Een Trainee die in een werkomgeving werkt die voldoet aan de vereisten van artikel 3, maar niet kan beschikken over een Stagemeester vanuit zijn eigen werkomgeving, kan gebruik maken van een Buitenstagemeester.
2. De Buitenstagemeester voldoet aan de eisen van een Stagemeester als bedoeld in artikel 21.
3. De Trainee zorgt zelf – in overleg met zijn Stagebureau dan wel het NIVRA Stagebureau – voor een geschikte Buitenstagemeester.
4. De Trainee en de Buitenstagemeester hebben tenminste eenmaal per maand persoonlijk contact met elkaar met als doel het bespreken van de gang van zaken betreffende de Praktijkstage.
5. Voor het overige zijn op de Trainee met een Buitenstagemeester de bepalingen van de Verordening op de praktijkstage en deze Nadere Voorschriften van toepassing.
2. De Buitenstagemeester voldoet aan de eisen van een Stagemeester als bedoeld in artikel 21.
3. De Trainee zorgt zelf – in overleg met zijn Stagebureau dan wel het NIVRA Stagebureau – voor een geschikte Buitenstagemeester.
4. De Trainee en de Buitenstagemeester hebben tenminste eenmaal per maand persoonlijk contact met elkaar met als doel het bespreken van de gang van zaken betreffende de Praktijkstage.
5. Voor het overige zijn op de Trainee met een Buitenstagemeester de bepalingen van de Verordening op de praktijkstage en deze Nadere Voorschriften van toepassing.
- Citeren als
- Art. 22
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030385
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl