BWBR0030385
Geldig vanaf 18-07-2007
Artikel 13a
Nadere Voorschriften op de praktijkstage
1. De Trainee stelt een essay op over een praktijksituatie, die zich tijdens het desbetreffende semester heeft voorgedaan, waarin sprake was van één of meer dilemma’s, risico’s, keuzes of confrontaties, die aansluit bij één of meer studiethema's uit de theorie, passend bij de fase van de opleiding en voortgang en progressie van de stage. Het essay bevat in elk geval:
a. een probleemstelling;
b. de wijze van aanpak en uitvoering;
c. de wijze waarop is omgegaan met praktische problemen;
d. hoe de Trainee is gekomen tot oplossingen; en
e. een onderbouwing van gemaakte keuzes.
2. Het essay geeft in elk geval blijk van:
a. eigen mening;
b. (vorming van een) professioneel kritische houding;
c. vergelijkingen met andere en/of soortgelijke ervaringen opgedaan tijdens de Praktijkstage;
d. bekwame redactie;
e. persoonlijke stijl;
f. persoonlijke beleving en opvattingen; en
g. herkenning van de toegevoegde waarde van de Praktijkstage in het kader van het, door de Trainee tot dat moment doorgemaakte, onderwijsleerproces (theorie en praktijk).
3. De samenstelling van de in totaal vier essays is als volgt:
a. zowel in het tweede semesteressay van het eerste Jaar van de Praktijkstage als in één van de essays uit het tweede jaar (derde of vierde semester) van de Praktijkstage is Externe Verslaggeving (Financial Accounting and Reporting), Administratieve Organisatie (Accounting Information Systems) dan wel Accountantscontrole (Auditing en Assurance) het leidend thema van het verslag;
b. in het vijfde semesteressay dan wel in de Afstudeerscriptie komt het vak Accountantscontrole aan de orde;
c. in (de) het overgebleven semester(s) kan een keuzeonderwerp betreffende een ander vakgebied op het brede werkterrein van de accountancy aan de orde komen, bijvoorbeeld fiscaliteit, IT-audit, management consulting, bedrijfsrecht, overheidsreglementering, treasury en valuation; en
d. er is spreiding in essayonderwerpen over soorten opdrachten en bedrijfstypen.
a. een probleemstelling;
b. de wijze van aanpak en uitvoering;
c. de wijze waarop is omgegaan met praktische problemen;
d. hoe de Trainee is gekomen tot oplossingen; en
e. een onderbouwing van gemaakte keuzes.
2. Het essay geeft in elk geval blijk van:
a. eigen mening;
b. (vorming van een) professioneel kritische houding;
c. vergelijkingen met andere en/of soortgelijke ervaringen opgedaan tijdens de Praktijkstage;
d. bekwame redactie;
e. persoonlijke stijl;
f. persoonlijke beleving en opvattingen; en
g. herkenning van de toegevoegde waarde van de Praktijkstage in het kader van het, door de Trainee tot dat moment doorgemaakte, onderwijsleerproces (theorie en praktijk).
3. De samenstelling van de in totaal vier essays is als volgt:
a. zowel in het tweede semesteressay van het eerste Jaar van de Praktijkstage als in één van de essays uit het tweede jaar (derde of vierde semester) van de Praktijkstage is Externe Verslaggeving (Financial Accounting and Reporting), Administratieve Organisatie (Accounting Information Systems) dan wel Accountantscontrole (Auditing en Assurance) het leidend thema van het verslag;
b. in het vijfde semesteressay dan wel in de Afstudeerscriptie komt het vak Accountantscontrole aan de orde;
c. in (de) het overgebleven semester(s) kan een keuzeonderwerp betreffende een ander vakgebied op het brede werkterrein van de accountancy aan de orde komen, bijvoorbeeld fiscaliteit, IT-audit, management consulting, bedrijfsrecht, overheidsreglementering, treasury en valuation; en
d. er is spreiding in essayonderwerpen over soorten opdrachten en bedrijfstypen.
- Citeren als
- Art. 13a
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030385
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl