BWBR0030385
Geldig vanaf 18-07-2007
Artikel 7
Nadere Voorschriften op de praktijkstage
1. Voor het eerste jaar van de Praktijkstage kan een gelijkstelling worden verkregen door de Trainee die vier jaar relevante werkervaring op het gebied van de accountancy kan aantonen waarvan gedurende minimaal één jaar aan de toelatingseisen tot het eerste jaar van de Praktijkstage, bedoeld in artikel 9 van de Verordening op de praktijkstage alsmede artikel 5 is voldaan, mits:
a. Minimaal drie jaar van de in te brengen werkervaring korter dan vijf jaar geleden is opgedaan;
b. Minimaal 333 uren van de in te brengen werkervaring is besteed aan werkzaamheden in het kader van de controlecyclus, waarvan minimaal 100 uren na toelaatbaarheid tot het eerste jaar van de Praktijkstage.
2. Een verzoek om gelijkstelling wordt schriftelijk ingediend bij het Bestuur, en bevat:
a. een Toelatingsverklaring waaruit blijkt dat de Trainee bij aanvang van het tweede jaar van de Praktijkstage minimaal een jaar aan de toelatingseisen voldoet of zal voldoen;
b. een verklaring van de werkgever, waaruit blijkt dat de Trainee gedurende minimaal vier jaar relevante werkzaamheden heeft verricht; en
c. een verslag van werkzaamheden van de Trainee van de ten behoeve van het gelijkstellingsverzoek ingebrachte (recente) werkervaring. In het verslag is een door de Trainee ondertekende Verklaring van authenticiteit opgenomen.
3. De Trainee maakt bij het indienen van een gelijkstellingsverzoek gebruik van een door het Bestuur beschikbaar gestelde standaard ‘verklaring werkgever’ die dient te worden ondertekend door een registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.
4. Het Verslag van werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid onder c., bestaat uit een chronologische weergave van de belangrijkste – voor de stage relevante – opdrachten, waaruit van de aanvrager het volgende moet blijken:
a. Groei in functioneren (functieniveau);
b. Groei in het niveau van de (controle)werkzaamheden;
c. Relatie met de vakken uit de opleiding en (actuele) ontwikkelingen in wet- en regelgeving;
d. Ontwikkeling van de juiste beroepshouding.
Voorts moet sprake zijn van een bekwame redactie.
5. Het verslag van de werkzaamheden bevat minimaal 1000 woorden.
6. De verklaring werkgever alsmede het verslag van werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid van dit artikel maken deel uit van het Stagedossier en het Examendossier.
a. Minimaal drie jaar van de in te brengen werkervaring korter dan vijf jaar geleden is opgedaan;
b. Minimaal 333 uren van de in te brengen werkervaring is besteed aan werkzaamheden in het kader van de controlecyclus, waarvan minimaal 100 uren na toelaatbaarheid tot het eerste jaar van de Praktijkstage.
2. Een verzoek om gelijkstelling wordt schriftelijk ingediend bij het Bestuur, en bevat:
a. een Toelatingsverklaring waaruit blijkt dat de Trainee bij aanvang van het tweede jaar van de Praktijkstage minimaal een jaar aan de toelatingseisen voldoet of zal voldoen;
b. een verklaring van de werkgever, waaruit blijkt dat de Trainee gedurende minimaal vier jaar relevante werkzaamheden heeft verricht; en
c. een verslag van werkzaamheden van de Trainee van de ten behoeve van het gelijkstellingsverzoek ingebrachte (recente) werkervaring. In het verslag is een door de Trainee ondertekende Verklaring van authenticiteit opgenomen.
3. De Trainee maakt bij het indienen van een gelijkstellingsverzoek gebruik van een door het Bestuur beschikbaar gestelde standaard ‘verklaring werkgever’ die dient te worden ondertekend door een registeraccountant of Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, derde lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten.
4. Het Verslag van werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid onder c., bestaat uit een chronologische weergave van de belangrijkste – voor de stage relevante – opdrachten, waaruit van de aanvrager het volgende moet blijken:
a. Groei in functioneren (functieniveau);
b. Groei in het niveau van de (controle)werkzaamheden;
c. Relatie met de vakken uit de opleiding en (actuele) ontwikkelingen in wet- en regelgeving;
d. Ontwikkeling van de juiste beroepshouding.
Voorts moet sprake zijn van een bekwame redactie.
5. Het verslag van de werkzaamheden bevat minimaal 1000 woorden.
6. De verklaring werkgever alsmede het verslag van werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid van dit artikel maken deel uit van het Stagedossier en het Examendossier.
- Citeren als
- Art. 7
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030385
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl