BWBR0030385
Geldig vanaf 18-07-2007
Artikel 32
Nadere Voorschriften op de praktijkstage
1. Het Mondeling examen duurt minimaal één uur en maximaal anderhalf uur.
2. Het Mondeling examen wordt afgenomen door één Eerste Examinator en één Tweede Examinator.
3. Het Mondeling examen is het afsluitend examen van de Praktijkstage, waarin twee Examinatoren mondeling de praktische deskundigheid van de Trainee toetsen.
4. Examinatoren nemen maximaal vier keer per jaar als koppel – ongeacht de functie (eerste of tweede Examinator) – een Mondeling examen af.
5. De Eerste Examinator en de Trainee zijn niet afkomstig uit elkaars (voormalige) werkkring.
6. Indien de Trainee is begeleid door een Afstudeerscriptiebegeleider, organiseert de (organisatie van de) Afstudeerscriptiebegeleider het Mondeling examen.
7. De Eerste en de Tweede Examinatoren bespreken vooraf de inhoud van het Mondeling examen en de rolverdeling tijdens het examen.
8. Examinering kan pas plaatsvinden nadat:
a. Het Examendossier van de Trainee compleet is;
b. De Afstudeerscriptie met een voldoende is beoordeeld;
c. De Trainee zowel de Eerste Examinator als de Tweede Examinator minimaal twee weken voorafgaand aan het Mondeling examen een kopie van het Examendossier heeft verstrekt;
d. De Trainee aan het Bestuur minimaal twee weken voorafgaand aan het Mondeling examen een kopie van de met een voldoende beoordeelde Afstudeerscriptie heeft verstrekt; en
e. Het examengeld minimaal één week voorafgaand aan het Mondeling examen is bijgeschreven op de rekening van de Orde.
9. Op verzoek van het Bestuur kunnen mondelinge examens worden bijgewoond door leden van de Commissie Kwaliteitsbewaking Praktijkopleiding.
10. Op verzoek van het Bestuur, zendt de Trainee een kopie van zijn Examendossier en de met een voldoende beoordeelde Afstudeerscriptie aan de Commissie Kwaliteitsbewaking Praktijkopleiding.
2. Het Mondeling examen wordt afgenomen door één Eerste Examinator en één Tweede Examinator.
3. Het Mondeling examen is het afsluitend examen van de Praktijkstage, waarin twee Examinatoren mondeling de praktische deskundigheid van de Trainee toetsen.
4. Examinatoren nemen maximaal vier keer per jaar als koppel – ongeacht de functie (eerste of tweede Examinator) – een Mondeling examen af.
5. De Eerste Examinator en de Trainee zijn niet afkomstig uit elkaars (voormalige) werkkring.
6. Indien de Trainee is begeleid door een Afstudeerscriptiebegeleider, organiseert de (organisatie van de) Afstudeerscriptiebegeleider het Mondeling examen.
7. De Eerste en de Tweede Examinatoren bespreken vooraf de inhoud van het Mondeling examen en de rolverdeling tijdens het examen.
8. Examinering kan pas plaatsvinden nadat:
a. Het Examendossier van de Trainee compleet is;
b. De Afstudeerscriptie met een voldoende is beoordeeld;
c. De Trainee zowel de Eerste Examinator als de Tweede Examinator minimaal twee weken voorafgaand aan het Mondeling examen een kopie van het Examendossier heeft verstrekt;
d. De Trainee aan het Bestuur minimaal twee weken voorafgaand aan het Mondeling examen een kopie van de met een voldoende beoordeelde Afstudeerscriptie heeft verstrekt; en
e. Het examengeld minimaal één week voorafgaand aan het Mondeling examen is bijgeschreven op de rekening van de Orde.
9. Op verzoek van het Bestuur kunnen mondelinge examens worden bijgewoond door leden van de Commissie Kwaliteitsbewaking Praktijkopleiding.
10. Op verzoek van het Bestuur, zendt de Trainee een kopie van zijn Examendossier en de met een voldoende beoordeelde Afstudeerscriptie aan de Commissie Kwaliteitsbewaking Praktijkopleiding.
- Citeren als
- Art. 32
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030385
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl