BWBR0030385
Geldig vanaf 18-07-2007
Artikel 11
Nadere Voorschriften op de praktijkstage
1. De Stageovereenkomst is een schriftelijke door het Bestuur beschikbaar gestelde standaard overeenkomst die wordt ondertekend door de werkgever en de Trainee. In de Stageovereenkomst is een door de Trainee ondertekende, op Hoofdstuk A-140 van de Verordening gedragscode gebaseerde, geheimhoudingsverklaring opgenomen.
2. In de Stageovereenkomst verklaart de werkgever zijn medewerking te verlenen aan een goed verloop van de Praktijkstage. De werkgever verklaart de Trainee waar mogelijk in staat te stellen om aan de gestelde eisen betreffende omgeving, groei, duur, kwaliteit, inhoud, spreiding en diepgang, zoals in de Verordening op de praktijkstage en in deze Nadere Voorschriften staan vermeld, te kunnen voldoen.
3. De Stageovereenkomst kan slechts (eenzijdig), door zowel de werkgever als de Trainee worden ontbonden om de volgende redenen:
a. In geval van uitdiensttreding van de Trainee op verzoek van de Trainee;
b. In geval van uitdiensttreding van de Trainee op verzoek van de werkgever;
c. In geval van een ambtshalve beslissing van het Bestuur;
d. In geval van tussentijdse beëindiging van de Praktijkstage;
e. In geval van aanhoudend verzuim van de Trainee na minimaal één schriftelijke waarschuwing door de werkgever; of
f. In geval van wederzijdse instemming van de werkgever en de Trainee.
4. De werkgever brengt een tussentijdse beëindiging als bedoeld in lid 3 onder a, b, d, e en f van dit artikel onverwijld schriftelijk ter kennis van het Bestuur.
5. De Praktijkstage is van rechtswege geschorst gedurende de tijd dat de Trainee geen werkgever heeft.
6. De Trainee bewaart een kopie van de stageovereenkomst in het Stagedossier.
2. In de Stageovereenkomst verklaart de werkgever zijn medewerking te verlenen aan een goed verloop van de Praktijkstage. De werkgever verklaart de Trainee waar mogelijk in staat te stellen om aan de gestelde eisen betreffende omgeving, groei, duur, kwaliteit, inhoud, spreiding en diepgang, zoals in de Verordening op de praktijkstage en in deze Nadere Voorschriften staan vermeld, te kunnen voldoen.
3. De Stageovereenkomst kan slechts (eenzijdig), door zowel de werkgever als de Trainee worden ontbonden om de volgende redenen:
a. In geval van uitdiensttreding van de Trainee op verzoek van de Trainee;
b. In geval van uitdiensttreding van de Trainee op verzoek van de werkgever;
c. In geval van een ambtshalve beslissing van het Bestuur;
d. In geval van tussentijdse beëindiging van de Praktijkstage;
e. In geval van aanhoudend verzuim van de Trainee na minimaal één schriftelijke waarschuwing door de werkgever; of
f. In geval van wederzijdse instemming van de werkgever en de Trainee.
4. De werkgever brengt een tussentijdse beëindiging als bedoeld in lid 3 onder a, b, d, e en f van dit artikel onverwijld schriftelijk ter kennis van het Bestuur.
5. De Praktijkstage is van rechtswege geschorst gedurende de tijd dat de Trainee geen werkgever heeft.
6. De Trainee bewaart een kopie van de stageovereenkomst in het Stagedossier.
- Citeren als
- Art. 11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030385
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl