BWBR0030385
Geldig vanaf 18-07-2007
Artikel 4
Nadere Voorschriften op de praktijkstage
1. In aanvulling op artikel 8 van de Verordening op de praktijkstage, gelden de volgende vereisten voor de Praktijkstage:
a. De Praktijkstage duurt minimaal drie jaar uitgaande van een fulltime dienstverband;
b. De Trainee besteedt gedurende de Praktijkstage ten minste 3000 uur aan de Praktijkstage, waarbij de Trainee elk semester ten minste 500 uur besteedt aan werkzaamheden als bedoeld in artikel 9;
c. Een stagejaar bestaat uit twee semesters van zes maanden.
2. Het Bestuur kan op schriftelijk verzoek instemmen met een van het eerste lid onder c. afwijkende duur van een semester. De duur van de eerste vier semesters gezamenlijk is echter steeds tenminste 24 maanden. De duur van het vijfde en zesde semester gezamenlijk is steeds tenminste 12 maanden. De minimale duur van een semester is vier maanden.
3. Uren die in een bepaald semester boven het aantal van 500 uur aan de Praktijkstage zijn besteed, als bedoeld in het eerste lid onder b, mogen niet ter compensatie worden aangewend in nog te volgen semesters.
4. Met inachtneming van de Verordening op de praktijkstage en deze nadere voorschriften, kan de Trainee een verzoek indienen bij het Bestuur om de Praktijkstage in deeltijd te volgen.
5. De Trainee, die te kennen heeft gegeven in deeltijd werkzaam te zullen zijn, zal ten minste gedurende een door het Bestuur vastgesteld minimum aantal uren per week werkzaam zijn in een, in het kader van de praktijkstage, relevante werkkring. Dit aantal zal niet minder zijn dan 20 uren per week.
6. Voor zover de trainee minder dan 32 uur per week werkt, nemen de termijnen, bedoeld in het eerste lid onder c en het tweede lid, in tijdsduur evenredig toe.
a. De Praktijkstage duurt minimaal drie jaar uitgaande van een fulltime dienstverband;
b. De Trainee besteedt gedurende de Praktijkstage ten minste 3000 uur aan de Praktijkstage, waarbij de Trainee elk semester ten minste 500 uur besteedt aan werkzaamheden als bedoeld in artikel 9;
c. Een stagejaar bestaat uit twee semesters van zes maanden.
2. Het Bestuur kan op schriftelijk verzoek instemmen met een van het eerste lid onder c. afwijkende duur van een semester. De duur van de eerste vier semesters gezamenlijk is echter steeds tenminste 24 maanden. De duur van het vijfde en zesde semester gezamenlijk is steeds tenminste 12 maanden. De minimale duur van een semester is vier maanden.
3. Uren die in een bepaald semester boven het aantal van 500 uur aan de Praktijkstage zijn besteed, als bedoeld in het eerste lid onder b, mogen niet ter compensatie worden aangewend in nog te volgen semesters.
4. Met inachtneming van de Verordening op de praktijkstage en deze nadere voorschriften, kan de Trainee een verzoek indienen bij het Bestuur om de Praktijkstage in deeltijd te volgen.
5. De Trainee, die te kennen heeft gegeven in deeltijd werkzaam te zullen zijn, zal ten minste gedurende een door het Bestuur vastgesteld minimum aantal uren per week werkzaam zijn in een, in het kader van de praktijkstage, relevante werkkring. Dit aantal zal niet minder zijn dan 20 uren per week.
6. Voor zover de trainee minder dan 32 uur per week werkt, nemen de termijnen, bedoeld in het eerste lid onder c en het tweede lid, in tijdsduur evenredig toe.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0030385
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl