BWBR0031241
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 3
Zuivelverordening 2011, Nemen, transporteren en bewaren van monsters boerderijmelk
1. Elke door een melkveehouder aan een ontvanger van boerderijmelk te leveren hoeveelheid tankmelk wordt bemonsterd, en wel op een zodanige wijze, dat het daardoor verkregen monster kan worden bestemd voor het verrichten van het kwaliteitsonderzoek.
De voorzitter kan, gehoord het COKZ, in bijzondere omstandigheden ontheffing van deze bepaling verlenen onder nader te stellen voorwaarden.
2. De monsterneming heeft plaats uit de tank waarin de boerderijmelk wordt bewaard.
3. De monsters boerderijmelk zijn duidelijk gekenmerkt.
4. De chauffeur-monsternemer draagt er zorg voor dat de op de monsters betrekking hebbende bijzonderheden omtrent de naam van de chauffeur-monsternemer, herkomst van de monsters, datum en tijdstip van de bemonstering, het tijdstip van het plaatsen van de monsters in de gekoelde ruimte van de ontvanger van boerderijmelk e.d., tezamen met de nummers van de monsters ordelijk worden geregistreerd.
De voorzitter kan, gehoord het COKZ, in bijzondere omstandigheden ontheffing van deze bepaling verlenen onder nader te stellen voorwaarden.
2. De monsterneming heeft plaats uit de tank waarin de boerderijmelk wordt bewaard.
3. De monsters boerderijmelk zijn duidelijk gekenmerkt.
4. De chauffeur-monsternemer draagt er zorg voor dat de op de monsters betrekking hebbende bijzonderheden omtrent de naam van de chauffeur-monsternemer, herkomst van de monsters, datum en tijdstip van de bemonstering, het tijdstip van het plaatsen van de monsters in de gekoelde ruimte van de ontvanger van boerderijmelk e.d., tezamen met de nummers van de monsters ordelijk worden geregistreerd.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031241
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl