BWBR0031241
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 9
Zuivelverordening 2011, Nemen, transporteren en bewaren van monsters boerderijmelk
1. Indien door de grootte van de melkkoeltank niet door middel van een monsterlepel een representatief monster kan worden genomen, wordt het monster genomen door middel van een daarvoor op de melkkoeltank gemonteerde monsternemingskraan.
2. De op de melkkoeltank geplaatste monsternemingskraan moet zodanig zijn gemonteerd dat de monsterneming op een deugdelijke en hygiënische wijze kan plaatsvinden.
3. Voordat monsterneming door middel van monsternemingskraan plaatsvindt, wordt een hoeveelheid van circa 0,5 liter melk via de monsternemingskraan afgetapt ten behoeve van het voorspoelen van de kraan.
4. De monsterfles wordt onder de uitloop van de monsternemingskraan gehouden, waarbij de uitloop van de kraan niet in de monsterfles steekt.
2. De op de melkkoeltank geplaatste monsternemingskraan moet zodanig zijn gemonteerd dat de monsterneming op een deugdelijke en hygiënische wijze kan plaatsvinden.
3. Voordat monsterneming door middel van monsternemingskraan plaatsvindt, wordt een hoeveelheid van circa 0,5 liter melk via de monsternemingskraan afgetapt ten behoeve van het voorspoelen van de kraan.
4. De monsterfles wordt onder de uitloop van de monsternemingskraan gehouden, waarbij de uitloop van de kraan niet in de monsterfles steekt.
- Citeren als
- Art. 9
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031241
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl