BWBR0031241
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 4
Zuivelverordening 2011, Nemen, transporteren en bewaren van monsters boerderijmelk
1. De monsters boerderijmelk hebben de gemiddelde samenstelling van de leverantie waarvan ze zijn genomen.
De melkkoeltank is hiertoe voorzien van een intermitterend roerwerk, dat telkens, met een onderbreking van ten hoogste een half uur, de inhoud van de tank ten minste twee minuten roert en dat tevens voldoet aan de eisen neergelegd in NEN-ISO 5708 Melkkoeltanks voor boerderijen.
De borging van het op een adequate wijze functioneren van het roerwerk vindt plaats door middel van een tankwacht voorzien van een visueel waarneembare alarmfunctie.
2. De chauffeur-monsternemer verifieert voorafgaand aan de monsterneming de tankwacht op het adequaat functioneren van het roerwerk.
3. Wanneer het roerwerk niet aantoonbaar goed heeft gefunctioneerd, zal de melk voorafgaand aan de monsterneming twee minuten worden geroerd.
4. Tankmelk welke de ontvanger van boerderijmelk weigert te ontvangen, behoeft niet te worden bemonsterd.
De melkkoeltank is hiertoe voorzien van een intermitterend roerwerk, dat telkens, met een onderbreking van ten hoogste een half uur, de inhoud van de tank ten minste twee minuten roert en dat tevens voldoet aan de eisen neergelegd in NEN-ISO 5708 Melkkoeltanks voor boerderijen.
De borging van het op een adequate wijze functioneren van het roerwerk vindt plaats door middel van een tankwacht voorzien van een visueel waarneembare alarmfunctie.
2. De chauffeur-monsternemer verifieert voorafgaand aan de monsterneming de tankwacht op het adequaat functioneren van het roerwerk.
3. Wanneer het roerwerk niet aantoonbaar goed heeft gefunctioneerd, zal de melk voorafgaand aan de monsterneming twee minuten worden geroerd.
4. Tankmelk welke de ontvanger van boerderijmelk weigert te ontvangen, behoeft niet te worden bemonsterd.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031241
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl