BWBR0031241
Geldig vanaf 31-12-2011
Artikel 8
Zuivelverordening 2011, Nemen, transporteren en bewaren van monsters boerderijmelk
1. Het handmatig nemen van de monsters tankmelk geschiedt onmiddellijk voorafgaande aan het moment van aflevering van de tankmelk aan de rijdende melkontvangst.
2. De ontvanger van boerderijmelk gebruikt uitsluitend een monsterlepel van roestvast staal, die naadloos is, een ronde bodem heeft of een bodem met afgeronde hoeken, een steel van voldoende lengte en een voor het onderzoek geschikte inhoud.
3. De monsterlepel is goed gereinigd, en wordt tijdens het vervoer bewaard in een houder met water waaraan een desinfectiemiddel is toegevoegd.
Het bestuur kan bij besluit nadere regels stellen aan het desinfectiemiddel en het gebruik ervan.
Het desinfectiemiddel wordt permanent op de in het besluit voorgeschreven concentratie gehouden en wordt dagelijks ververst.
4. De monsterneming geschiedt voordat de kraan van de melkkoeltank wordt geopend.
5. De monsterlepel wordt alleen aan de handgreep aangevat.
6. De monsterlepel wordt eerst tweemaal met de melk die wordt bemonsterd, omgespoeld en weer leeggegoten, alvorens 65 ± 5 ml. melk in de monsterfles wordt geschept, die daarna direct wordt afgesloten met de bij de monsterfles behorende dop.
7. De monsterlepel wordt vervolgens met water van drinkwaterkwaliteit goed schoongespoeld, en daarna in de in lid 3, bedoelde houder geplaatst.
8. Tijdens het gebruik wordt de monsterlepel zodanig behandeld, dat hij niet kan worden verontreinigd.
2. De ontvanger van boerderijmelk gebruikt uitsluitend een monsterlepel van roestvast staal, die naadloos is, een ronde bodem heeft of een bodem met afgeronde hoeken, een steel van voldoende lengte en een voor het onderzoek geschikte inhoud.
3. De monsterlepel is goed gereinigd, en wordt tijdens het vervoer bewaard in een houder met water waaraan een desinfectiemiddel is toegevoegd.
Het bestuur kan bij besluit nadere regels stellen aan het desinfectiemiddel en het gebruik ervan.
Het desinfectiemiddel wordt permanent op de in het besluit voorgeschreven concentratie gehouden en wordt dagelijks ververst.
4. De monsterneming geschiedt voordat de kraan van de melkkoeltank wordt geopend.
5. De monsterlepel wordt alleen aan de handgreep aangevat.
6. De monsterlepel wordt eerst tweemaal met de melk die wordt bemonsterd, omgespoeld en weer leeggegoten, alvorens 65 ± 5 ml. melk in de monsterfles wordt geschept, die daarna direct wordt afgesloten met de bij de monsterfles behorende dop.
7. De monsterlepel wordt vervolgens met water van drinkwaterkwaliteit goed schoongespoeld, en daarna in de in lid 3, bedoelde houder geplaatst.
8. Tijdens het gebruik wordt de monsterlepel zodanig behandeld, dat hij niet kan worden verontreinigd.
- Citeren als
- Art. 8
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0031241
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl