BWBR0034389
Geldig vanaf 17-12-2013
Artikel 2:11
Reglement Toetsing NRGD
Het lidmaatschap van de toetsingsadviescommissie eindigt met:
a. het verstrijken van de benoemingstermijn;
b. een schriftelijke opzegging van het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie, met dien verstande dat de behandeling van lopende toetsingen waarbij het desbetreffende lid betrokken is, zorgvuldig wordt afgerond;
c. het verlies van een vereiste voor de aanstelling, gesteld bij de regeling die aan de benoeming voorafgaat, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van de benoeming geldt;
d. een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de deskundige onder curatele is gesteld;
e. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
f. het onherroepelijk worden van een veroordeling tot een vrijheidsstraf;
g. ingang van de dag van bekendmaking van het besluit aan het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie als bedoeld in artikel 2:13.
Zoals in artikel 2:7 is bepaald ligt het initiatief om een lid van de toetsingsadviescommissie te herbenoemen bij het College. Een herbenoeming is geen automatisme. De benoemingstermijn eindigt van rechtswege.
Het komt regelmatig voor dat een lid van de toetsingsadviescommissie het College bericht dat hij niet meer wil worden ingezet. In dat geval is het zeer gewenst dat het betrokken lid de dossiers die hij op dat moment nog onder zich heeft afhandelt en de toetsing afmaakt. Is dit onverhoopt niet mogelijk, brengt goed toetserschap met zich dat het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie zorgt voor een goede overdracht. Het heeft dan ook sterk de voorkeur dat een lid van de toetsingsadviescommissie niet stopt tussen een schriftelijke en mondelinge toetsing (inclusief uitbrengen van het advies). Door de opzegging met waarborgen te omkleden kunnen eventuele organisatorische problemen voldoende worden opgevangen. Uiteraard kan hiervan worden afgeweken. Er zullen zich altijd uitzonderingen voordoen, bijvoorbeeld bij een beëindiging wegens ernstige ziekte.
De in dit onderdeel vervatte regel ziet op de situatie dat er gedurende de benoemingsperiode van vier jaar wezenlijke veranderingen bij het benoemde lid van de toetsingsadviescommissie kunnen plaatsvinden. Dit kan aanleiding zijn om afscheid van elkaar te nemen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verandering van functie buiten het betreffende deskundigheidsgebied waardoor de noodzakelijke kennis ervan verdwijnt.
a. het verstrijken van de benoemingstermijn;
b. een schriftelijke opzegging van het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie, met dien verstande dat de behandeling van lopende toetsingen waarbij het desbetreffende lid betrokken is, zorgvuldig wordt afgerond;
c. het verlies van een vereiste voor de aanstelling, gesteld bij de regeling die aan de benoeming voorafgaat, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van de benoeming geldt;
d. een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de deskundige onder curatele is gesteld;
e. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak;
f. het onherroepelijk worden van een veroordeling tot een vrijheidsstraf;
g. ingang van de dag van bekendmaking van het besluit aan het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie als bedoeld in artikel 2:13.
Zoals in artikel 2:7 is bepaald ligt het initiatief om een lid van de toetsingsadviescommissie te herbenoemen bij het College. Een herbenoeming is geen automatisme. De benoemingstermijn eindigt van rechtswege.
Het komt regelmatig voor dat een lid van de toetsingsadviescommissie het College bericht dat hij niet meer wil worden ingezet. In dat geval is het zeer gewenst dat het betrokken lid de dossiers die hij op dat moment nog onder zich heeft afhandelt en de toetsing afmaakt. Is dit onverhoopt niet mogelijk, brengt goed toetserschap met zich dat het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie zorgt voor een goede overdracht. Het heeft dan ook sterk de voorkeur dat een lid van de toetsingsadviescommissie niet stopt tussen een schriftelijke en mondelinge toetsing (inclusief uitbrengen van het advies). Door de opzegging met waarborgen te omkleden kunnen eventuele organisatorische problemen voldoende worden opgevangen. Uiteraard kan hiervan worden afgeweken. Er zullen zich altijd uitzonderingen voordoen, bijvoorbeeld bij een beëindiging wegens ernstige ziekte.
De in dit onderdeel vervatte regel ziet op de situatie dat er gedurende de benoemingsperiode van vier jaar wezenlijke veranderingen bij het benoemde lid van de toetsingsadviescommissie kunnen plaatsvinden. Dit kan aanleiding zijn om afscheid van elkaar te nemen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verandering van functie buiten het betreffende deskundigheidsgebied waardoor de noodzakelijke kennis ervan verdwijnt.
- Citeren als
- Art. 2:11
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034389
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl