BWBR0034389
Geldig vanaf 17-12-2013
Artikel 2:4
Reglement Toetsing NRGD
1. Een kandidaat-lid dient aan het College de volgende stukken over te leggen:
a. een CV;
b. een motivering voor zijn interesse voor het NRGD op te treden als lid van de toetsingsadviescommissie;
c. een Verklaring Omtrent het Gedrag, of, indien het gaat om een kandidaat-lid dat woonachtig is in het buitenland of recent is geweest, een integriteitsverklaring conform het bepaalde in artikel 13 tweede lid onder b van het Besluit.
2. In aanvulling op het eerste lid kan een vakinhoudelijk kandidaat-lid worden verzocht, indien hij hierover beschikt, drie geanonimiseerde zaaksrapporten over te leggen die hij als gerechtelijk deskundige heeft opgesteld.
3. Het eerste lid, onder c, is niet van toepassing:
a. indien de Verklaring Omtrent het Gedrag is overgelegd in het kader van de aanvraag van het betrokken kandidaat-lid tot inschrijving in het register;
b. op degene die werkzaam is als i. officier van justitie of advocaat-generaal,
ii. rechter of raadsheer.
i. officier van justitie of advocaat-generaal,
ii. rechter of raadsheer.
4. Het College dan wel de benoemingsadviescommissie als bedoeld in artikel 2:6 kan het kandidaat-lid om informatie en/of een gesprek verzoeken teneinde diens geschiktheid te kunnen beoordelen.
Van vrijwel alle kandidaat-leden wordt verwacht dat zij een Verklaring Omtrent het Gedrag overleggen. De Verklaring Omtrent het Gedrag betreft een toetsing van de integriteit van het kandidaat-lid. Het orgaan dat de toetsing verricht controleert het kandidaat-lid op eventuele strafbare feiten in de periode voorafgaand aan de benoeming als lid van de toetsingsadviescommissie. Als lid van de toetsingsadviescommissie komt men in aanraking met gevoelige informatie. Een kandidaat-lid hoeft niet een nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag over te leggen als hij dit ook al in het kader van de aanvraag tot inschrijving in het register heeft gedaan, mits er niet langer dan een jaar tussen het moment van aanvraag en het moment van verzoek tot benoeming als lid van de toetsingsadviescommissie is verstreken. Een Verklaring Omtrent het Gedrag heeft immers een beperkte houdbaarheid. Ook op een andere manier is de integriteit en vertrouwelijkheid van de leden van de toetsingsadviescommissie geborgd. Alle leden van de toetsingsadviescommissie dienen een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen, zoals bepaald in artikel 2:8 van dit reglement.
Niet alle kandidaat-leden hoeven een Verklaring Omtrent het Gedrag over te leggen. Juridische kandidaat-leden die werkzaam zijn binnen de zittende of staande magistratuur worden afdoende gescreend op antecedenten. Juridische kandidaat-leden die niet binnen deze beroepsgroepen werkzaam zijn dienen wel een Verklaring omtrent het gedrag te overleggen.
a. een CV;
b. een motivering voor zijn interesse voor het NRGD op te treden als lid van de toetsingsadviescommissie;
c. een Verklaring Omtrent het Gedrag, of, indien het gaat om een kandidaat-lid dat woonachtig is in het buitenland of recent is geweest, een integriteitsverklaring conform het bepaalde in artikel 13 tweede lid onder b van het Besluit.
2. In aanvulling op het eerste lid kan een vakinhoudelijk kandidaat-lid worden verzocht, indien hij hierover beschikt, drie geanonimiseerde zaaksrapporten over te leggen die hij als gerechtelijk deskundige heeft opgesteld.
3. Het eerste lid, onder c, is niet van toepassing:
a. indien de Verklaring Omtrent het Gedrag is overgelegd in het kader van de aanvraag van het betrokken kandidaat-lid tot inschrijving in het register;
b. op degene die werkzaam is als i. officier van justitie of advocaat-generaal,
ii. rechter of raadsheer.
i. officier van justitie of advocaat-generaal,
ii. rechter of raadsheer.
4. Het College dan wel de benoemingsadviescommissie als bedoeld in artikel 2:6 kan het kandidaat-lid om informatie en/of een gesprek verzoeken teneinde diens geschiktheid te kunnen beoordelen.
Van vrijwel alle kandidaat-leden wordt verwacht dat zij een Verklaring Omtrent het Gedrag overleggen. De Verklaring Omtrent het Gedrag betreft een toetsing van de integriteit van het kandidaat-lid. Het orgaan dat de toetsing verricht controleert het kandidaat-lid op eventuele strafbare feiten in de periode voorafgaand aan de benoeming als lid van de toetsingsadviescommissie. Als lid van de toetsingsadviescommissie komt men in aanraking met gevoelige informatie. Een kandidaat-lid hoeft niet een nieuwe Verklaring Omtrent het Gedrag over te leggen als hij dit ook al in het kader van de aanvraag tot inschrijving in het register heeft gedaan, mits er niet langer dan een jaar tussen het moment van aanvraag en het moment van verzoek tot benoeming als lid van de toetsingsadviescommissie is verstreken. Een Verklaring Omtrent het Gedrag heeft immers een beperkte houdbaarheid. Ook op een andere manier is de integriteit en vertrouwelijkheid van de leden van de toetsingsadviescommissie geborgd. Alle leden van de toetsingsadviescommissie dienen een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen, zoals bepaald in artikel 2:8 van dit reglement.
Niet alle kandidaat-leden hoeven een Verklaring Omtrent het Gedrag over te leggen. Juridische kandidaat-leden die werkzaam zijn binnen de zittende of staande magistratuur worden afdoende gescreend op antecedenten. Juridische kandidaat-leden die niet binnen deze beroepsgroepen werkzaam zijn dienen wel een Verklaring omtrent het gedrag te overleggen.
- Citeren als
- Art. 2:4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034389
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl