BWBR0034389
Geldig vanaf 17-12-2013
Artikel 2:12
Reglement Toetsing NRGD
1. Het College kan een lid van de toetsingsadviescommissie buiten functie stellen:
a. indien er sprake is van een vermoeden van verwaarlozing van zijn taak als lid van de toetsingsadviescommissie, structureel verschil van inzicht, onverenigbaarheid van belangen of indien zijn gezag of integriteit als lid van de toetsingsadviescommissie in het geding is;
b. wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsontneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, genomen in het belang van de volksgezondheid;
c. indien een strafrechtelijke vervolging tegen hem is ingesteld.
2. De duur van het buiten functie stellen wordt bepaald door het College. Het buiten functie stellen kan maximaal plaatsvinden voor de duur van zes maanden. In naar het oordeel van het College uitzonderlijke gevallen kan een opgelegde buiten functie stelling door het College eenmaal met drie maanden worden verlengd.
3. Het College stelt het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie in de gelegenheid te worden gehoord.
Als bij het College signalen binnenkomen dat mogelijk sprake is van de in dit artikel genoemde situaties, kunnen deze aanleiding vormen te besluiten een lid voor bepaalde tijd buiten functie te stellen. Het functioneren van het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie kan hierdoor immers ernstig worden bemoeilijkt, maar het hoeft niet noodzakelijkerwijs (direct) te leiden tot beëindiging van diens lidmaatschap, anders dan de situatie waarop artikel 2:13 ziet. Het is evident dat een strafrechtelijke vervolging het gezag en de geloofwaardigheid van het lid van de toetsingsadviescommissie kan aantasten. Dat laat onverlet dat ook in dat geval niet tot het buiten functie stellen van een lid van de toetsingsadviescommissie wordt overgegaan dan nadat het College de gronden hiervoor heeft onderzocht en het betrokken lid heeft gehoord. Het onderzoek in het kader van de buiten functie stelling is geregeld in artikel 2:14.
Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel zich voordoet zal het betrokken lid voor wat betreft de lopende toetsingen moeten worden vervangen door een ander lid van de toetsingsadviescommissie. Goed toetserschap brengt ook hier met zich dat het betrokken lid zorgt voor een goede overdracht.
a. indien er sprake is van een vermoeden van verwaarlozing van zijn taak als lid van de toetsingsadviescommissie, structureel verschil van inzicht, onverenigbaarheid van belangen of indien zijn gezag of integriteit als lid van de toetsingsadviescommissie in het geding is;
b. wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsontneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, genomen in het belang van de volksgezondheid;
c. indien een strafrechtelijke vervolging tegen hem is ingesteld.
2. De duur van het buiten functie stellen wordt bepaald door het College. Het buiten functie stellen kan maximaal plaatsvinden voor de duur van zes maanden. In naar het oordeel van het College uitzonderlijke gevallen kan een opgelegde buiten functie stelling door het College eenmaal met drie maanden worden verlengd.
3. Het College stelt het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie in de gelegenheid te worden gehoord.
Als bij het College signalen binnenkomen dat mogelijk sprake is van de in dit artikel genoemde situaties, kunnen deze aanleiding vormen te besluiten een lid voor bepaalde tijd buiten functie te stellen. Het functioneren van het betrokken lid van de toetsingsadviescommissie kan hierdoor immers ernstig worden bemoeilijkt, maar het hoeft niet noodzakelijkerwijs (direct) te leiden tot beëindiging van diens lidmaatschap, anders dan de situatie waarop artikel 2:13 ziet. Het is evident dat een strafrechtelijke vervolging het gezag en de geloofwaardigheid van het lid van de toetsingsadviescommissie kan aantasten. Dat laat onverlet dat ook in dat geval niet tot het buiten functie stellen van een lid van de toetsingsadviescommissie wordt overgegaan dan nadat het College de gronden hiervoor heeft onderzocht en het betrokken lid heeft gehoord. Het onderzoek in het kader van de buiten functie stelling is geregeld in artikel 2:14.
Indien een situatie als bedoeld in het eerste lid van dit artikel zich voordoet zal het betrokken lid voor wat betreft de lopende toetsingen moeten worden vervangen door een ander lid van de toetsingsadviescommissie. Goed toetserschap brengt ook hier met zich dat het betrokken lid zorgt voor een goede overdracht.
- Citeren als
- Art. 2:12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0034389
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl