BWBR0036882
Geldig vanaf 25-07-2015
Artikel 2.2
Beleidsregel ICAAP beleggingsondernemingen en beleggingsinstellingen Wft 2015
1. Het ICAAP document bevat een beschrijving van de risico’s waaraan de onderneming verwacht bloot te staan, de beheersmaatregelen die de onderneming heeft genomen en een onderbouwing en kwantificering van het aan te houden toetsingsvermogen dat de onderneming verwacht nodig te hebben. Bij het opstellen van het ICAAP document kan de onderneming gebruik maken van het overzicht zoals is opgenomen in bijlage 1.
2. DNB dient bij de evaluatie van het ICAAP ten minste de beschikking te hebben over toereikende gegevens betreffende:
a. de wijze waarop het ICAAP is geïntegreerd in de activiteiten van de onderneming;
b. de wijze waarop de onderneming waarborgt dat zij doorlopend voldoet aan het vereiste eigen vermogen als bedoeld in artikel 3:53 van de Wft en het vereiste toetsingsvermogen als bedoeld in artikel 3:57 Wft;
c. de wijze waarop de hoogste leiding van de onderneming betrokken is bij het ICAAP;
d. welke huidige en toekomstige risico’s de onderneming heeft geïdentificeerd;
e. hoe de omzetting van het risicoprofiel plaatsvindt naar het benodigde toetsingsvermogen;
f. hoe rekening is gehouden met stresstesten;
g. hoe het ICAAP intern wordt beoordeeld en wat de periodiciteit is van de beoordeling;
h. hoeveel toetsingsvermogen volgens de onderneming nodig is ter dekking van de huidige en mogelijk toekomstige risico’s;
i. wat de belangrijkste verklaringen zijn voor eventuele significante verschillen tussen het minimum toetsingsvermogen ingevolge artikel 3:57 van de Wft en het eigen vermogen ingevolge artikel 3:53 van de Wft, dat de onderneming op basis van de uitkomsten van het ICAAP aan deze, door de regels ingevolge artikel 3:57 van de Wft afgedekte, risico’s toewijst;
j. hoe, in het geval de onderneming deel uitmaakt van een groep en DNB geconsolideerd toezicht houdt op deze groep, het aangehouden toetsings-vermogen is verdeeld over de belangrijkste entiteiten in de groep en hoe het zich verhoudt tot het toetsingsvermogen ingevolge artikel 3:57 van de Wft en het op basis van het ICAAP nodig geachte toetsingsvermogen voor deze entiteiten.
3. Het ICAAP document bevat tevens het rapport over het risicobeheer zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 24b van het Bpr, indien de onderneming het rapport ingevolge de bepalingen in het Bpr dient op te stellen.
4. De onderneming dient jaarlijks het ICAAP uit te voeren. DNB verwacht dat de onderneming het ICAAP opstelt op basis van de financiële gegevens per het einde van het vierde kwartaal zoals opgenomen in de rapportages aan DNB.
5. De onderneming stelt op verzoek van DNB een ICAAP document op en stuurt dit aan DNB. DNB kan de onderneming verzoeken het ICAAP gedurende het jaar te actualiseren. DNB verwacht dat de onderneming bij materiële wijzigingen in het risicoprofiel van de onderneming ook een actualisering van het ICAAP uitvoert.
2. DNB dient bij de evaluatie van het ICAAP ten minste de beschikking te hebben over toereikende gegevens betreffende:
a. de wijze waarop het ICAAP is geïntegreerd in de activiteiten van de onderneming;
b. de wijze waarop de onderneming waarborgt dat zij doorlopend voldoet aan het vereiste eigen vermogen als bedoeld in artikel 3:53 van de Wft en het vereiste toetsingsvermogen als bedoeld in artikel 3:57 Wft;
c. de wijze waarop de hoogste leiding van de onderneming betrokken is bij het ICAAP;
d. welke huidige en toekomstige risico’s de onderneming heeft geïdentificeerd;
e. hoe de omzetting van het risicoprofiel plaatsvindt naar het benodigde toetsingsvermogen;
f. hoe rekening is gehouden met stresstesten;
g. hoe het ICAAP intern wordt beoordeeld en wat de periodiciteit is van de beoordeling;
h. hoeveel toetsingsvermogen volgens de onderneming nodig is ter dekking van de huidige en mogelijk toekomstige risico’s;
i. wat de belangrijkste verklaringen zijn voor eventuele significante verschillen tussen het minimum toetsingsvermogen ingevolge artikel 3:57 van de Wft en het eigen vermogen ingevolge artikel 3:53 van de Wft, dat de onderneming op basis van de uitkomsten van het ICAAP aan deze, door de regels ingevolge artikel 3:57 van de Wft afgedekte, risico’s toewijst;
j. hoe, in het geval de onderneming deel uitmaakt van een groep en DNB geconsolideerd toezicht houdt op deze groep, het aangehouden toetsings-vermogen is verdeeld over de belangrijkste entiteiten in de groep en hoe het zich verhoudt tot het toetsingsvermogen ingevolge artikel 3:57 van de Wft en het op basis van het ICAAP nodig geachte toetsingsvermogen voor deze entiteiten.
3. Het ICAAP document bevat tevens het rapport over het risicobeheer zoals bedoeld in het tweede lid van artikel 24b van het Bpr, indien de onderneming het rapport ingevolge de bepalingen in het Bpr dient op te stellen.
4. De onderneming dient jaarlijks het ICAAP uit te voeren. DNB verwacht dat de onderneming het ICAAP opstelt op basis van de financiële gegevens per het einde van het vierde kwartaal zoals opgenomen in de rapportages aan DNB.
5. De onderneming stelt op verzoek van DNB een ICAAP document op en stuurt dit aan DNB. DNB kan de onderneming verzoeken het ICAAP gedurende het jaar te actualiseren. DNB verwacht dat de onderneming bij materiële wijzigingen in het risicoprofiel van de onderneming ook een actualisering van het ICAAP uitvoert.
- Citeren als
- Art. 2.2
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036882
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl