BWBR0036882
Geldig vanaf 25-07-2015
Artikel 5.1
Beleidsregel ICAAP beleggingsondernemingen en beleggingsinstellingen Wft 2015
1. DNB zal bij de evaluatie van het ICAAP letten op:
a. de door de onderneming geïdentificeerde risico’s;
b. de haalbaarheid van de door de onderneming genoemde beheersmaatregelen;
c. de mate waarin de onderneming een aanvullend vermogen ter dekking van de geconstateerde risico’s, welke niet worden gedekt door de vereiste solvabiliteit, hanteert;
d. hoe het aanvullend vermogen is toegewezen aan elk van de geïdentificeerde risico’s;
e. hoe het door de onderneming aangehouden vermogen zich verhoudt tot het vereiste toetsingsvermogen.
2. DNB zal zich bij de beoordeling of de onderneming voldoende aanvullend vermogen aanhoudt baseren op hetgeen bepaald is in het tweede lid van artikel 3:111a van de Wft.
a. de door de onderneming geïdentificeerde risico’s;
b. de haalbaarheid van de door de onderneming genoemde beheersmaatregelen;
c. de mate waarin de onderneming een aanvullend vermogen ter dekking van de geconstateerde risico’s, welke niet worden gedekt door de vereiste solvabiliteit, hanteert;
d. hoe het aanvullend vermogen is toegewezen aan elk van de geïdentificeerde risico’s;
e. hoe het door de onderneming aangehouden vermogen zich verhoudt tot het vereiste toetsingsvermogen.
2. DNB zal zich bij de beoordeling of de onderneming voldoende aanvullend vermogen aanhoudt baseren op hetgeen bepaald is in het tweede lid van artikel 3:111a van de Wft.
- Citeren als
- Art. 5.1
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036882
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl