BWBR0036882
Geldig vanaf 25-07-2015
Artikel 3.4
Beleidsregel ICAAP beleggingsondernemingen en beleggingsinstellingen Wft 2015
1. Bij de beoordeling van het restrisico kan gedacht worden aan alle risico's die niet onder de andere genoemde risico's zijn genoemd, waaronder een materialiserend staartrisico. Hieronder worden bijvoorbeeld extreme calamiteiten verstaan, die van invloed zijn op de economische omgeving van de onderneming, zoals in geval van terrorisme- of oorlogsdreiging die het werkterrein of de economische blootstelling van de instelling kunnen raken.
2. Bij de beoordeling van het risico van buitensporige hefboomwerking kan gedacht worden aan hefboomwerking op de balans van de beheerder als gevolg van een hoog bestanddeel vreemd vermogen.
3. Bij de beoordeling van de risico’s die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus kan gedacht worden aan:
a. het risico dat de stand van de conjunctuurcyclus invloed heeft op het verdienmodel van de onderneming;
b. het risico dat de onderneming in haar reputatie nadelig wordt beïnvloed door het handelen van concurrenten, klanten of andere entiteiten binnen de groep of een verslechterend imago van de bedrijfstak.
4. Bij de beoordeling van de risico’s als bedoeld in het derde lid zal de onderneming scenario’s ontwikkelen welke afhankelijk zijn van de strategie en het businessplan van de onderneming. Deze scenario’s kunnen de volgende onderwerpen bevatten: het effect van een market downturn op de transactie volumes of de invloed op de huidige kapitaalniveaus indien de onderneming herstructureert, een nieuwe markt betreedt of een nieuw product lanceert.
2. Bij de beoordeling van het risico van buitensporige hefboomwerking kan gedacht worden aan hefboomwerking op de balans van de beheerder als gevolg van een hoog bestanddeel vreemd vermogen.
3. Bij de beoordeling van de risico’s die voortvloeien uit de macro-economische omgeving waarin de onderneming actief is en die verband houden met de stand van de conjunctuurcyclus kan gedacht worden aan:
a. het risico dat de stand van de conjunctuurcyclus invloed heeft op het verdienmodel van de onderneming;
b. het risico dat de onderneming in haar reputatie nadelig wordt beïnvloed door het handelen van concurrenten, klanten of andere entiteiten binnen de groep of een verslechterend imago van de bedrijfstak.
4. Bij de beoordeling van de risico’s als bedoeld in het derde lid zal de onderneming scenario’s ontwikkelen welke afhankelijk zijn van de strategie en het businessplan van de onderneming. Deze scenario’s kunnen de volgende onderwerpen bevatten: het effect van een market downturn op de transactie volumes of de invloed op de huidige kapitaalniveaus indien de onderneming herstructureert, een nieuwe markt betreedt of een nieuw product lanceert.
- Citeren als
- Art. 3.4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0036882
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl