BWBR0001848
Geldig vanaf 1999-12-24
Artikel 27
Spoorwegwet 1875
Bij algemene maatregel van bestuur worden - met uitzondering van arbeids- en rusttijden van het personeel in dienst van een spoorwegonderneming - geregeld:
de dienst op de stations;
het toezigt over de baan en de bediening der seinen;
de inrigting van en het toezigt over de locomotieven, tenders, rijtuigen en wagens;
de zamenstelling der treinen;
de snelheid waarmede de treinen zijn te vervoeren;
het getal beambten en bedienden, op elken trein noodig;
hetgeen in het belang der orde op elken trein is in acht te nemen;
de voorwaarden voor het vervoer van goederen;
het afhalen en bestellen der goederen, en het loon daarvoor te genieten;
de behandeling der onafgehaalde of onbestelbare goederen;
de tijd waarna die goederen kunnen verkocht worden, en de wijze waarop die verkoop zal kunnen geschieden;
de beëediging van de beambten en bedienden van den spoorweg;
en hetgeen verder ter verzekering van de behoorlijke uitoefening der spoorwegdiensten en het veilig verkeer over de spoorwegen, krachtens deze wet, is voor te schrijven.
de dienst op de stations;
het toezigt over de baan en de bediening der seinen;
de inrigting van en het toezigt over de locomotieven, tenders, rijtuigen en wagens;
de zamenstelling der treinen;
de snelheid waarmede de treinen zijn te vervoeren;
het getal beambten en bedienden, op elken trein noodig;
hetgeen in het belang der orde op elken trein is in acht te nemen;
de voorwaarden voor het vervoer van goederen;
het afhalen en bestellen der goederen, en het loon daarvoor te genieten;
de behandeling der onafgehaalde of onbestelbare goederen;
de tijd waarna die goederen kunnen verkocht worden, en de wijze waarop die verkoop zal kunnen geschieden;
de beëediging van de beambten en bedienden van den spoorweg;
en hetgeen verder ter verzekering van de behoorlijke uitoefening der spoorwegdiensten en het veilig verkeer over de spoorwegen, krachtens deze wet, is voor te schrijven.