BWBR0001848
Geldig vanaf 1999-12-24
Artikel 58
Spoorwegwet 1875
1. Overtreding van de artt. 36, 37 en 38, of van de voorwaarden gesteld bij de besluiten, naar aanleiding van art. 39genomen, wordt gestraft met geldboete van de eerste categorie.
2. De overtreders worden daarenboven, op de vordering van het openbaar ministerie, veroordeeld om binnen een bij het vonnis te bepalen termijn, de zaken in den vorigen stand te herstellen.
3. Bij gebreke van voldoening aan die uitspraak, wordt, na verloop van den gestelden termijn, het vonnis van regeringswege ten koste van den overtreder ten uitvoer gelegd.
4. De kosten worden op den overtreder verhaald door den ontvanger der registratie, naar een staat, opgemaakt door dengene, die met de uitvoering van het vonnis is belast.
2. De overtreders worden daarenboven, op de vordering van het openbaar ministerie, veroordeeld om binnen een bij het vonnis te bepalen termijn, de zaken in den vorigen stand te herstellen.
3. Bij gebreke van voldoening aan die uitspraak, wordt, na verloop van den gestelden termijn, het vonnis van regeringswege ten koste van den overtreder ten uitvoer gelegd.
4. De kosten worden op den overtreder verhaald door den ontvanger der registratie, naar een staat, opgemaakt door dengene, die met de uitvoering van het vonnis is belast.