BWBR0001848
Geldig vanaf 1999-12-24
Artikel 56
Spoorwegwet 1875
1. De beambten en bedienden van den spoorweg worden gestraft:
zoo zij het in art. 5bedoeld reglement op het gemeenschappelijk gebruik van een spoorweg, de aldaar bedoelde regeling voor het gemeenschappelijk gebruik van stations, een krachtens een der artikelen 27, 27c, 27dof 33uitgevaardigden algemeenen maatregel van bestuur overtreden met geldboete van de tweede categorie;
zoo zij de bepalingen van deze wet niet naleven of daarmede in strijd handelen of doen handelen, voor zoover daaromtrent niet in het bijzonder is voorzien, met geldboete van de tweede categorie.
2. Zij zijn niet strafbaar, zoo hunne weigering of overtreding een gevolg is van den last, door de bestuurders van de spoorwegdienst gegeven.
zoo zij het in art. 5bedoeld reglement op het gemeenschappelijk gebruik van een spoorweg, de aldaar bedoelde regeling voor het gemeenschappelijk gebruik van stations, een krachtens een der artikelen 27, 27c, 27dof 33uitgevaardigden algemeenen maatregel van bestuur overtreden met geldboete van de tweede categorie;
zoo zij de bepalingen van deze wet niet naleven of daarmede in strijd handelen of doen handelen, voor zoover daaromtrent niet in het bijzonder is voorzien, met geldboete van de tweede categorie.
2. Zij zijn niet strafbaar, zoo hunne weigering of overtreding een gevolg is van den last, door de bestuurders van de spoorwegdienst gegeven.