BWBR0001848
Geldig vanaf 01-01-2002
Artikel 56
Spoorwegwet 1875
1. De beambten en bedienden van den spoorweg worden gestraft:
zoo zij het in art. 5 bedoeld reglement op het gemeenschappelijk gebruik van een spoorweg, de aldaar bedoelde regeling voor het gemeenschappelijk gebruik van stations, een krachtens een der artikelen 27, 27c, 27d of 33 uitgevaardigden algemeenen maatregel van bestuur overtreden met geldboete van de tweede categorie;
zoo zij de bepalingen van deze wet niet naleven of daarmede in strijd handelen of doen handelen, voor zoover daaromtrent niet in het bijzonder is voorzien, met geldboete van de tweede categorie.
2. Zij zijn niet strafbaar, zoo hunne weigering of overtreding een gevolg is van den last, door de bestuurders van de spoorwegdienst gegeven.
zoo zij het in art. 5 bedoeld reglement op het gemeenschappelijk gebruik van een spoorweg, de aldaar bedoelde regeling voor het gemeenschappelijk gebruik van stations, een krachtens een der artikelen 27, 27c, 27d of 33 uitgevaardigden algemeenen maatregel van bestuur overtreden met geldboete van de tweede categorie;
zoo zij de bepalingen van deze wet niet naleven of daarmede in strijd handelen of doen handelen, voor zoover daaromtrent niet in het bijzonder is voorzien, met geldboete van de tweede categorie.
2. Zij zijn niet strafbaar, zoo hunne weigering of overtreding een gevolg is van den last, door de bestuurders van de spoorwegdienst gegeven.
- Wet
- Spoorwegwet 1875
- Citeren als
- Art. 56
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001848
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl