BWBR0002564
Geldig vanaf 22-09-1995
Artikel 101
Mijnreglement continentaal plat
1. Een ieder is verplicht bij het verrichten van arbeid bij mijnbouwkundig werk de zorgvuldigheid te betrachten, die noodzakelijk is ten einde te voorkomen, dat gevaar voor de veiligheid van de daarbij werkzame personen, van de scheepvaart of van de visserij, dan wel voor verontreiniging van de zee optreedt.
2. Op elke arbeidsplaats en voor elke activiteit moeten veilige werkmethoden worden toegepast.
3. Doelmatige veiligheidsapparatuur moet steeds gebruiksklaar en in goede staat worden gehouden. Bij het onderhoud daarvan dient naar behoren rekening te worden gehouden met de uitgeoefende activiteiten.
4. Door Onze Minister aangewezen personen, werkzaam bij mijnbouwkundig werk, moeten in voldoende mate zijn geoefend in het verrichten van bepaalde, daarbij aan te geven, werkzaamheden of handelingen ter voorkoming of opheffing van gevaar als in het eerste lid bedoeld. Onze Minister kan tevens aanwijzingen geven aangaande de registratie van de aangewezen personen en van de door hen gehouden oefeningen.
2. Op elke arbeidsplaats en voor elke activiteit moeten veilige werkmethoden worden toegepast.
3. Doelmatige veiligheidsapparatuur moet steeds gebruiksklaar en in goede staat worden gehouden. Bij het onderhoud daarvan dient naar behoren rekening te worden gehouden met de uitgeoefende activiteiten.
4. Door Onze Minister aangewezen personen, werkzaam bij mijnbouwkundig werk, moeten in voldoende mate zijn geoefend in het verrichten van bepaalde, daarbij aan te geven, werkzaamheden of handelingen ter voorkoming of opheffing van gevaar als in het eerste lid bedoeld. Onze Minister kan tevens aanwijzingen geven aangaande de registratie van de aangewezen personen en van de door hen gehouden oefeningen.
- Citeren als
- Art. 101
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl