BWBR0002564
Geldig vanaf 25-03-1967
Artikel 104
Mijnreglement continentaal plat
1. Voor het op een mijnbouwinstallatie verrichten van arbeid, waarbij het gevaar bestaat van een hoogte van 2,50 m of meer te vallen, of gevaar voor bedwelming, verstikking, verbranding, vergiftiging of verdrinking als gevolg van een val, moet een doelmatige steiger, stelling of werkvloer dan wel een doelmatig bordes zijn aangebracht, tenzij het arbeid betreft, welke op voldoend veilige wijze staande op een ladder kan worden verricht. Indien genoemde voorzieningen niet of slechts ten dele kunnen worden getroffen, moet tot afwending van het gevaar gebruik worden gemaakt van doelmatige veiligheidsgordels, vangnetten of dergelijke, tenzij het gebruik hiervan uit een oogpunt van veiligheid niet dienstig is.
2. Bij werkzaamheden op een mijnbouwinstallatie in bunkers, kokers of dergelijke ruimten, waar het gevaar bestaat te worden bedolven onder instortend materiaal of gevaar voor afstorten, moeten zij, die deze werkzaamheden verrichten, met behulp van doelmatige veiligheidsgordels op veilige wijze zijn aangebonden en moet een voldoende aantal personen aanwezig zijn om hen in geval van gevaar buiten die ruimten te kunnen brengen.
3. Het op een mijnbouwinstallatie plaatsen, opstapelen en van stapel nemen van voorwerpen of stoffen moet zodanig geschieden, dat onverhoeds omvallen of verzakken van de voorwerpen, de stoffen of de stapel zoveel mogelijk wordt voorkomen; zo nodig moeten tegen onverhoeds omvallen of verzakken doelmatige voorzorgsmaatregelen worden genomen.
4. Tegen het gevaar op een mijnbouwinstallatie te worden getroffen door vallende of wegvliegende voorwerpen moeten doelmatige voorzorgsmaatregelen worden genomen.
2. Bij werkzaamheden op een mijnbouwinstallatie in bunkers, kokers of dergelijke ruimten, waar het gevaar bestaat te worden bedolven onder instortend materiaal of gevaar voor afstorten, moeten zij, die deze werkzaamheden verrichten, met behulp van doelmatige veiligheidsgordels op veilige wijze zijn aangebonden en moet een voldoende aantal personen aanwezig zijn om hen in geval van gevaar buiten die ruimten te kunnen brengen.
3. Het op een mijnbouwinstallatie plaatsen, opstapelen en van stapel nemen van voorwerpen of stoffen moet zodanig geschieden, dat onverhoeds omvallen of verzakken van de voorwerpen, de stoffen of de stapel zoveel mogelijk wordt voorkomen; zo nodig moeten tegen onverhoeds omvallen of verzakken doelmatige voorzorgsmaatregelen worden genomen.
4. Tegen het gevaar op een mijnbouwinstallatie te worden getroffen door vallende of wegvliegende voorwerpen moeten doelmatige voorzorgsmaatregelen worden genomen.
- Citeren als
- Art. 104
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0002564
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl